Strubbelingen in Zuid-Angola

We nemen de route langs de kust, van Lobito via Dombe Grande naar de stad Namibe in het zuiden van Angola. Onderweg willen we nog naar Binga Bay, want dat schijnt een fantastisch mooie baai te zijn. Uiteraard hebben we navraag gedaan en volgens de locals is de weg prima en grotendeels asfalt. Dat moet soepel gaan dan. Maar niets blijkt minder waar. Er ligt asfalt tot aan Dombe Grande en daarna gaat het offroad de bergen in. Mmmm, is dit een route die te doen is voor onze 2×4 bus? We rijden langzaam het bergpad op. Het ziet er redelijk goed uit, maar de vraag is of dat zo blijft. De weg is op sommige plekken erg stijl met veel losse stenen en gruis. Op een gegeven moment rijden we een steile helling af en weten we dat het een flinke uitdaging zal zijn om via deze helling terug te rijden, mocht de weg echt heel uitdagend worden. Dan zit er niets anders op dan door te rijden en te zien waar het schip strand. Uiteindelijk als het te lastig wordt is er altijd wel hulp in de buurt.

We rijden verder de bergen in. Het gebied is uitgestorven en juist daarom prachtig. Aan grote niet gebruikte brugdelen langs de weg waar we rijden, zien we dat er ooit een plan is geweest om een goede weg aan te leggen, maar dat dat plan ergens in de ijskast is verdwenen.

20180608_155235

We rijden rustig aan verder en genieten van de prachtige omgeving. Aan het eind van de middag zoeken we vlak bij Binga Bay een bushcamp op. Dat is niet heel moeilijk. We kunnen echt overal gaan staan want er is werkelijk helemaal niemand in het gebied. We kiezen een plekje aan de zijkant van de afslag naar Binga Bay.
Als we geïnstalleerd zijn zoeken we hout voor het kampvuur en genieten we van de oorverdovende stilte in de woestijn en de onmetelijke, prachtige sterrenhemel. Dit zijn voor ons de krenten in de pap tijdens het reizen. De rust en stilte, de verlatenheid en leegte, de prachtige ongerepte natuur, Anda die lekker kan rondstruinen, het kampvuur ’s avonds, wat kan reizen fantastisch zijn.


De volgende dag breken we op en rijden het laatste stukje naar Binga Bay. Gelukkig zijn we gisteren op tijd gestopt met rijden, want het blijkt nog een pittig stuk te zijn naar de baai toe. Een smalle bergweg leidt ons naar de kust toe en daar worden we getrakteerd op een magnifiek uitzicht op de prachtige, blauwe baai. Wonderschoon! We rijden langzaam de bergweg af en zoeken een plekje om Karma te parkeren. Verderop staat een vissershuis en in het water liggen een aantal vissersbootjes. Verder is er niemand. Het water is kraakhelder en we rennen dan ook snel het witte zandstrand op en plonzen in de zee. Brrrrrrr, koud! Helaas niet de heerlijke warme temperatuur zoals in Kameroen, maar dat nemen we op de koop toe. Het is een klein paradijsje.

 


We blijven twee nachten en rijden dan weer verder langs de kust naar het zuiden. De bergen worden wat groter en steiler en ook de weg wordt uitdagender. Op een gegeven moment staan we stil voor een steile helling. Het is de vraag of we het gaan redden. De helling ligt vol met gruis, wat betekent dat we niet veel grip hebben en de kans bestaat dat we zullen slippen en niet omhoog komen. Bovendien zitten er een paar lastige geulen in de helling, waar we ook doorheen moeten ploeteren met Karma, maar waar we minder grip zullen hebben. Er zit maar een ding op. Proberen of het gaat lukken en anders wachten op een sleepwagen. De eerste poging gaat uitermate moeizaam. We kiezen de linkerkant van de weg, maar het lukt niet om verder dan de helft van de helling te komen. De motor loeit op volle kracht en we ruiken het rubber, maar de banden slippen weg en we komen niet verder. Dan via de rechterkant. Ivo laat de bus langzaam achteruit rijden zodat we iets van een aanloop hebben. We kijken elkaar aan en daar gaan we dan. Niet te hard, maar ook niet te langzaam, vaart proberen te houden en ook nog het juiste pad kiezen zodat de wielen niet te veel in een van de geulen verdwijnen en geen grip meer hebben. De motor loeit weer op volle kracht en gestaag krabbelt Karma de stijle helling op. Het ziet ernaar uit dat het lukt. Grind en zand spuit weg onder de banden en een dikke stofwolk hangt achter de bus. We zweten allebei peentjes. Heel langzaam rijdt Karma de helling op en krabbelt over het kritieke punt, het stijlste deel vand e helling, naar boven. Dan schiet de bus naar voren en zijn we erdoor. Wauw! Dat was met stip de meest uitdagende helling die we in onze hele reis gehad hebben. Dankzij onze krachtige motor hadden we genoeg power om de helling te slechten. Opgelucht rijden we verder. De weg kringelt verder door de bergen en plotseling doemt er asfalt op. We hebben het gehaald! Prachtig! En ook verschijnt er een tankstation. Gelukkig. We tanken en kopen meteen een paar flessen water. Uiteraard ontstaat er ook meteen weer gebakkelei om wisselgeld. Zucht. Het kassameisje heeft geen wisselgeld. Ja, ja, die truck kennen we inmiddels wel. We blijven zeuren en eindelijk na 10 minuten komt ze traag met het wisselgeld aanzetten. Het blijft irritant.

We zetten verder koers naar Namibe. De bergen verdwijnen achter ons en het landschap gaat meer over in woestijn. Dan merkt Ivo dat de eerste en tweede versnelling niet meer werken. De schrik slaat om ons het hart. Versnellingsbakproblemen zijn meestal grote problemen en bovendien kostbaar. We parkeren aan de kant van de weg met de alarmlichten aan en Ivo gaat op onderzoek uit. Gelukkig zijn we de bergen uit want zonder eerste en tweede versnelling kom je nergens in de bergen. Ivo kan in eerste instantie niet direct ontdekken wat er aan de hand is. We besluiten rustig richting de eerste grote stad te rijden, 60 km verderop. Daar kunnen we vast hulp krijgen. De weg is heuvelachtig, maar gelukkig is het net te doen in de derde en vierde versnelling. We rijden naar Namibe en komen aan het eind van de middag in de stad aan. Garages zijn toch al bijna dicht dus we besluiten eerst maar op zoek te gaan naar een slaapplek. In iOverlander staan verschillende plekken aangegeven. Het eerste hotel waar we aankloppen accepteert geen honden. Jammer. Verder zoeken dan maar. Het tweede hotel bestaat niet. Het derde plekje is een uitgestorven camping, waar we ook niet welkom zijn vanwege Anda. Zelfs niet voor een nachtje in een hoek van het terrein. En zelfs niet als we aangeven autopech te hebben. De manager is onverbiddelijk. Dat zou in West-Afrika werkelijk nooit gebeurd zijn. Daar hadden we al lang hulp gehad. We rijden gefrustreerd weg van de camping. Wat een waardeloze #$%& stad! Als we toevallig langs een garage rijden op zoek naar een andere slaapplek, stoppen we om te vragen of we morgen terecht kunnen voor hulp. De twee mannen voor de garage kijken ons aan en gaan dan verder met het bordspel waar ze druk mee zijn. Nou ja zeg! Wat is dit voor oord! Zoveel onvriendelijkheid hebben we nog niet meegemaakt. We rijden verder en zien in de verte een groot hotel opdoemen. Laten we maar weer een nieuwe poging wagen. We rijden het verlaten parkeerterrein op en lopen naar de receptie. Daar leggen we ons probleem voor en jawel, we hebben iemand in Namibe gevonden met enige compassie. We mogen een nachtje op het parkeerterrein slapen. Dankbaar bedanken we de receptionist uitvoering en geven aan in het restaurant te komen eten als tegenprestatie. Dat is prima. We parkeren de bus in de uiterste hoek van het hotel, zodat de gasten (die er overigens niet zijn) geen last van ons zullen hebben. We installeren ons voor de nacht en na een rondje te hebben gelopen met Anda wandelen we naar het restaurant van het hotel. Het is er leeg. We gaan zitten en kiezen kip met patat en een biertje. Pffff, even ontspannen.

Inmiddels is het donker. We zijn blij een plekje gevonden te hebben, maar onze blijdschap is niet van lange duur. De receptionist verschijnt aan onze tafel en duwt een telefoon in Ivo’s handen. De manager. We mogen de nacht niet doorbrengen op het grote, verlaten parkeerterrein van het hotel. WAT! Als we de bus buiten het terrein neerzetten is het wel goed voor een nacht. Pffffff. Kunnen ze een keer wat geld verdienen met hun ‘fantastische’ hotel, willen ze niet. We zijn helemaal klaar met de Angolese ‘gastvrijheid’ en lopen het restaurant uit. Dan nemen we ook geen eten en drinken in het restaurant. In het donker breken we de boel op. We willen de motor niet meer starten zonder dat we weten wat er precies aan de hand is, dus duwen de bus naar de door de manager aangewezen plek buiten het terrein. Ook goed. Morgen zien we wel weer verder. Moe en boos over zoveel onvriendelijkheid gaan we in de camper zitten en bakken een paar eieren. Net als we willen gaan eten horen we een paar auto’s aankomen en stoppen. Dan wordt er op onze deur geklopt. Oh nee! Niet nog eens. We stappen naar buiten en worden verwelkomt door een team politieagenten. Wel ja! Dat kan er ook nog wel bij. De hoofdagent begint in het Portugees tegen ons te brabbelen. We kijken hem glazig aan en praten in het Engels terug, terwijl we ons probleem proberen uit te leggen. Geen Engels. Dan kon wel eens leuk worden. Wij geen Protugees, zij geen Engels. Na wat heen en weer gepraat met veel handgebaren, wordt ons duidelijk dat we de bus van de hotelmanager niet neer mogen zetten op de plek waar we nu staan. Nou breekt onze klomp! Worden we voor de derde keer weggestuurd! Via google translate op de telefoon waar we een Portugees woordenboek op hebben staan, maken we aan de agent duidelijk dat we in overleg met de manager van het hotel op de betreffende plek staan, dat we autopech hebben, niet meer kunnen rijden en nergens meer heen gaan. De agent laat vervolgens via google translate weten dat we toch echt niet kunnen blijven staan en naar het dorp moeten rijden om bij het politiebureau te parkeren. Daar gaan we niet aan beginnen. Het is donker en we hebben motorpech. Bovendien hebben we al een biertje gedronken dus we stappen zeker niet meer achter het stuur. We geven aan dat we toeristen zijn en nog nooit met zoveel onvriendelijkheid zijn behandeld. Het kan de hoofdagent en zijn gevolg geen moer schelen en het hele clubje blijft drammen dat we weg moeten. Wij zijn inmiddels bloed chagrijnig en we houden onze poot stijf. Er wordt niet meer gereden. Ze zorgen maar voor een andere oplossing. Na een uur bakkeleien en een rood aangelopen gezicht van de hoofdagent, zijn we zover dat we in de buurt van het hotel mogen blijven staan, maar dan wel aan de andere kant van de weg. Volgens de regels moeten we 10 meter uit de buurt van het hotel staan. Dit, of met ons mee naar het politiebureau, tikt de hoofdagent driftig in, in google translate op de telefoon. Ok! roepen wij en woest doen we voor de derde keer het dak van de camper naar beneden. Waar mogen we dan precies staan?!, vragen we aan de groep agenten en de hotelmanager. Ze wijzen allemaal een andere plek aan, aan de overkant van de weg. Ja, ja, zie je nou wel! Jullie zijn zelf niet duidelijk. Bijna beginnen ze nog met elkaar te bakkeleien over de juiste plek aan de overkant van de straat. Met een diepe zucht duwen we de bus 5 meter verderop de weg over.

De hoofdagent is ondertussen helemaal vol van de mogelijkheden van google translate en wil nog een verhaal intikken op Karin’s telefoon. Dat kan hij mooi vergeten. Hij zorgt zelf maar dat hij de app op zijn eigen telefoon zet. ‘Nee, we gaan slapen’, zeggen we boos. We zijn doodmoe en moeten de bus ook nog gerepareerd zien te krijgen morgen anders komen we niet eens weg uit het godverlaten oord. Dat zou echt een ramp zijn We moeten er niet aan denken nog een dag langer in deze stad door te brengen. Met de telefoon in de zak stappen we de bus in en smijten de deur dicht. Pfffff…dat ze nog niet helemaal aan toeristen gewend zijn in Angola is wel duidelijk. Met weemoed denken we terug aan de gastvrijheid en vriendelijkheid in West-Afrika. Eerst maar eens slapen en dan zien we wel weer verder. Even later horen we het team politieagenten ook instappen en wegrijden. Eindelijk rust in de tent.

We slapen heerlijk op precies 10 meter afstand van het hotel en worden volgende dag uitgerust wakker. We staan vroeg op want misschien hebben we alle tijd nodig om de bus gerepareerd te krijgen. Ivo gaat verder op onderzoek uit onder de motorkap en na een halfuur roept hij dat het probleem is opgelost. Het schakelmechanisme ligt door slijtage uit z’n voegen. Gelukkig is de versnellingsbak zelf helemaal in orde. We zijn enorm opgelucht. Ivo heeft het schakelmechanisme tijdelijk gerepareerd met een fietsband en tyrip, zodat het mechanisme toch de eerste en tweede versnelling goed pakt. We kunnen weer verder. Alle versnellingen zijn weer in orde. Met gierende banden weg uit Namibe, op naar Lubango 180 kilometer verderop. Hopelijk gaat dat lukken. De eerste paar kilometer zijn even spannend maar na een tijdje kunnen we ontspannen. De reparatie die Ivo heeft uitgevoerd werkt fantastisch. En dat is maar goed ook, want de weg naar Lubango gaat via de bekende Serra da Leba Pass, een steile pas met een aantal haarspeldbochten.

Onmogelijk om te rijden zonder eerste en tweede versnelling. Als we de pas bereiken zijn we toch een beetje gespannen en hopen we maar dat de tyrips het hele zaakje goed bij elkaar houden. Het is een goede test en het werkt fantastisch. We komen zonder problemen boven. Bovenop de pas is het uitzicht geweldig. Na een pauze rijden we via Lubango naar een camping vlakbij de grote stad. Helaas is de camping definitief gesloten. Op zoek dan maar naar een andere plek. We zijn moe van de avonturen van de dag ervoor en willen eerst even bijkomen voor we de grote stad in duiken op zoek naar een garage. Gelukkig is er vlakbij een aantal wildkampeerplekken met een waanzinnig uitzicht. Bovenop een klif, de bekende Tundavala, waarvan de klifwand loodrecht 1000 meter naar beneden loopt vinden we een mooie plek. Op een paar locals na die ’s avonds even van de zonsondergang komen genieten zijn we er helemaal alleen. Heerlijk.

De volgende dag rijden we naar de stad Lubango. We twijfelen of we naar een garage zullen gaan om het schakelmechanisme te laten repareren. Zoals het nu functioneert gaat het ook prima. Het is geen groot probleem en als de tyrips versleten zijn kan Ivo er nieuwe omheen doen. Als we er iemand in een garage aan laten rommelen bestaat de kans dat de schade alleen maar groter wordt. We gaan eerst maar eens op zoek naar een garage en dan zien we wel of we er iets aan laten doen. Als we de stad in rijden worden we omgeleid omdat ze met de weg bezig zijn. De omleiding gaat via kleine, smalle straatjes en het lijkt wel alsof we in een achterbuurt terecht zijn gekomen. Ook dat nog. De sfeer op straat is gelukkig goed dus we voelen ons niet onveilig. Dan hoort Ivo een geluid onder de motorkap vandaan komen. Het geluid wordt steeds erger en Ivo denkt aan het stuurhuis dat misschien toch te leiden heeft gehad van de kapotte ashoes. Gelukkig bereiken we na een tijdje de hoofdweg weer naar de stad toe. Bij een bandenwinkel vragen we naar een garage. De man van de bandenwinkel kijkt kritisch naar het voorwiel en komt dan met een stuk gereedschap aanzetten waarmee hij de bouten van het wiel begint vast te draaien. Verschrikt kijken we elkaar aan. Hoe is het mogelijk! Het voorwiel zat los! Pffff, we zijn weer eens door het oog van de naald gekropen. Stel je voor dat….nee niet aan denken. We hebben weer geluk. De man draait het voorwiel vast en dankbaar geven we hem een mooie beloning. Uiteraard begint hij om meer te zeuren maar dat wimpelen we af. Met een heel maandloon moet hij toch tevreden zijn…

Na zoveel geluk besluiten we de reparatie van het schakelmechanisme te laten zitten tot we in Namibië zijn en naar een echte Volkswagengarage kunnen. Dat lijkt ons beter. We zakken langzaam af naar het zuiden en rijden steeds meer richting de grens met Namibië. Het zuiden van Angola is mooi. In het landschap liggen kleine dorpjes met houten hutjes.

Het asfalt is verdwenen en we rijden over een zandweg richting de grensovergang. Toch altijd weer even spannend. We gaan de grens over naar Namibië, ten zuiden van Calueque. Binnen 15 minuutjes zijn we Angola uit en rijden we Namibië in. Weer een land verder….

In Namibië en Zuid-Afrika nemen we een kleine blog-pauze. Veel belevenissen in Namibië en Zuid-Afrika hebben we inmiddels gepubliceerd op onze facebookpagina. Na Namibië en Zuid-Afrika pakken we de draad van het schrijven van blogs weer op. In de tussentijd zijn we te volgen op facebook: followingtheflow.

4 gedachtes over “Strubbelingen in Zuid-Angola

  1. Hoi, lijkt wel een supermooi landschap in het verkeerde land… toch benieuwd wat Namibië zal brengen, vrienden zijn van plan om daar binnenkort heen te trekken.
    Enne dat schakelen – zou me niet teveel zorgen maken, misschien de beruchte bolletjes je vindt wel iets op het forum 😉
    groeten,
    Bart

    Liked by 1 persoon

    1. Het waren inderdaad de beruchte bolletjes. Gelukkig hadden we die zelf op voorraad mee en was het uiteindelijk makkelijk zelf te vervangen. Hoewel we met fietsband en tyrip nog een tijdje zijn doorgereden en dat ging ook goed 😉

      Like

  2. Schitterend zeg! Echt heel erg mooi. Het lijkt mij een heel bijzondere ervaring om echte stilte te horen. Ik ken dat helemaal niet. Net als echte duisternis. Dat hebben we hier helemaal niet. Heel bijzonder allemaal.
    Jammer dat jullie een blog pauze inlassen.
    Veel plezier iig xxx

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s