De laatste loodjes in West-Afrika

Maandagochtend pakken we de bus op tijd in, zodat we vroeg de grens van Cabinda naar Congo Kinshassa (DRC) over kunnen. De mensen van de douane in Cabinda kennen ons inmiddels na onze overnachting op de grenspost, dus het gaat allemaal soepel. Bovendien spreken ze redelijk Engels dus kunnen we nog een gezellig babbeltje maken. Als alle stempels zijn gezet wil een van de douaniers nog in de bus kijken. Hij behoort tot de verse maandagochtend ploeg en heeft Anda nog niet gezien. Dat is altijd een leuk gniffelmomentje, omdat ze zich rot schrikken als Anda haar blije hoofd naar buiten steekt zodra de deur open schuift. Ook nu stuitert de douanier verschrikt achteruit als hij Anda ziet en roept dat het verder in orde is. Dat hebben we al een tijdje moeten missen en het blijft grappig. Met een grote glimlach verlaten we Cabina en rijden we de grens over naar DRC.

De weg naar de grens van DRC gaat over in zandweg en de grensovergang zelf ziet er weer heerlijk rommelig en chaotisch West Afrikaans uit. We parkeren de bus aan de kant en een mannetje wijst naar welk gebouwtje we het eerst moeten. We zijn een beetje gespannen vanwege het visum dat we voor DRC gekregen hebben in Cotonou. Als het visum wordt verstrekt bij de ambassade moet je normaal gesproken in een tijdsbestek van drie maanden in het land aankomen. Dat ging bij ons niet lukken omdat we veel langzamer zijn gaan reizen om het regenseizoen in DRC te ontwijken. De ambassade in Cotonou heeft destijds een uitzondering voor ons gemaakt, waardoor we volgens ons plan konden blijven reizen en dus niet binnen de gestelde drie maanden in DRC zouden hoeven zijn. We zijn benieuwd of dat nu ook bij de grens wordt geaccepteerd.

Het is erg druk bij de grensovergang en we zijn een beetje op onze hoede omdat er precies op dat moment ook een Ebola uitbraak in het land plaatsvindt. En omdat we inmiddels genoeg ziekenhuizen van de binnenkant hebben gezien en we niet zitten te wachten op een Ebola besmetting blijven we maar een beetje uit de drukte voor de loketten. Een van de officials gaat aan de slag met onze paspoorten. Even later komt er nog eentje bij staan en even later zien we een ander met onze paspoorten door het gebouwtje lopen naar een ander gebouwtje toe. Mmmmm, dat is vreemd. We wachten rustig af en proberen in de tussentijd vast het Carnet te laten stempelen maar dat lukt niet omdat de official die over dat specifieke stempeltje gaat zijn bed nog niet uit is. Ook maar afwachten dan. Na 3 kwartier wachten en geen spoor meer van onze paspoorten beginnen we een beetje ongedurig te worden. Karin loopt het kantoor door en gaat op zoek naar de paspoorten. Bij een ander kantoortje komt weer een andere official met onze paspoorten naar buiten lopen. Blijkbaar is er iets aan de hand en ja hoor, of we weten dat de visumperiode buiten de gebruikelijke drie maanden loopt. Ze moeten met de ambassade in Cotonou bellen om te controleren of dat klopt en het visum legaal is. En ze willen het betalingsbewijs van de visa hebben. Gelukkig bewaren we alle bonnetjes zorgvuldig dus die kunnen we afgeven. Dat kon wel eens een tijdje gaan duren. Ondertussen is de man met het stempeltje voor het Carnet ook nog niet gearriveerd. Wachten dus….
Na nog een halfuur wachten blijkt er wat schot in de zaak te zitten en horen we dat het in orde is. Dat is fijn, maar waar zijn onze paspoorten gebleven. We doorzoeken het gebouw maar weer eens en zien verderop weer een andere official met onze paspoorten in zijn hand staan. Als we aangeven dat er ook nog twee bonnetjes bij horen die we hebben afgegeven ontstaat er een discussie. Hij heeft alleen de paspoorten en van de bonnetjes heeft hij nog nooit gehoord. Nou, ze zoeken het maar lekker uit en zorgen maar dat het allemaal terug komt. Na nog een kwartier wachten komt de eerste douanier met het hele pakket terug, gestempeld en al. Mooi, dat is geregeld. Nu nog het Carnet. Karin loopt naar het volgende gebouwtje, waar het Carnet gestempeld moet worden. Gelukkig is de douanier inmiddels uitgeslapen en is hij in staat het stempeltje te hanteren. Als ook dat gelukt is, is alleen het loketje waar nog een keer alle gegevens in het grote boek worden geschreven aan de beurt. Wat zouden ze toch doen met al die gegevens in die grote papieren boeken? Ondertussen is het Ivo gelukt om extra dollars te pinnen bij de bank en geld te wisselen. Na ruim twee uur kunnen we eindelijk DRC in rijden. Het is wel eens sneller gegaan bij een grens….

Het is altijd spannend om weer in een nieuw land aan te komen. Ook omdat we willen proberen de roadtax roadblock te omzeilen, of in ieder geval de ‘white price tax’ van 50.000 CFA. De eerste roadblock die we richting Moanda tegenkomen, is te omzeilen door een sluiproute te nemen die staat aangegeven op iOverlander. Dat gaan we natuurlijk proberen. Direct na de grens slaan we rechtsaf een hobbelig zandpad op en rijden we een tijdje tot we in een dorpje komen. Dan raken we het spoor bijster. We kunnen de verdere route niet vinden. Tot we door wat locals worden gewezen op een heel smal weggetje tussen twee hutjes door. Een brommerpad. Mmmm, dat kon wel eens een echte uitdaging worden. Twee van de locals bieden aan om ons een stukje op weg te helpen en we besluiten dat maar te doen. Ze pakken de brommer en gaan voorop. We rijden langzaam tussen de twee hutjes door over het brommerpad. Het gras staat erg hoog en met een kant van de bus rijden we door het gras terwijl de andere helft over het brommerpad gaat.

20180521_121806 Karma op route

Het wordt smaller en smaller en ook onze gidsen zien we in het hoge gras verdwijnen. We beginnen te twijfelen en besluiten te keren. Dit lijkt toch niet zo’n goed idee. Net als we terug rijden worden we ingehaald door onze gidsen. Ze overtuigen ons ervan dat de weg verderop wat breder wordt en dat het echt mogelijk is met onze wagen. Ok, nog een tweede poging dan maar. De twee mannen op de brommer gaan weer voorop en we als omgekeerd zijn volgen we ze door het hoge gras.

20180521_121339 mannen op brommer

Na een paar kilometer wordt het pad inderdaad wat breder en ook wat modderiger. We besluiten door te rijden. Dit is niet te vergelijken met de route Ndende-Dolisie en daar zijn we tenslotte ook heelhuids doorheen gekomen. Langzaam rijden we verder. De gidsen wenken steeds dat we door kunnen rijden. Het pad blijft smal en aan de zijkanten liggen soms flinke modderplassen. In het regenseizoen is de uitdaging een stuk groter hier en we zijn blij dat we ervoor gekozen hebben het regenseizoen in DRC te vermijden. Op een gegeven moment moeten we door een flinke modderplas en komen we in de blubber vast te zitten.

20180521_122253 hoofdfoto

Ondertussen zijn er nog meer ‘gidsen’ bij gekomen en ze helpen allemaal een handje met uitgraven en het goed leggen van de rijplaten. Na 20 minute zijn we uit de modder en kunnen we verder. Het blijft zorgvuldig laveren op de route, maar het pad wordt steeds beter en breder. Uiteindelijk komen we op een zandweg aan en geven de gidsen aan dat we het vanaf hier heel goed verder zelf kunnen.

20180521_130732(0) hulptroepen

Uiteraard geven we ze en vergoeding voor hun hulp maar een van de mannen is het niet eens met de hoogte van het bedrag en begint te schreeuwen. Verschrikt kijken we hem aan. Hij begint steeds harder te schreeuwen en roept dat de roadblock wel 30.000 CFA kost en dat we hem dat verschuldigd zijn. Ja, hallo! Dan hadden we net zo goed langs de roadblock kunnen rijden in plaats van dwars door het weiland. Zelfs zijn collega-gids kijkt hem bedenkelijk aan. We zijn niet van plan nog meer geld te geven, zeker niet als hij zo tekeer blijft gaan. Uiteindelijk bieden hem nog een fles Kameroenese whiskey aan. We hadden drie flessen whiskey gekocht in Kameroen om als ‘ruilmiddel’ in te zetten in beide Congo’s, mocht het lastig zou worden bij de roadblocks. We hadden nu een roadblock omzeilt dus die mocht de schreeuwende gids wel hebben. Maar, ook dat is niet goed genoeg. Uiteindelijk zijn we zijn tirade en het eeuwige gemekker om meer geld spuugzat. Dan krijgt hij gewoon helemaal niets. Net als we het geld en de fles whiskey terug willen pakken zegt hij dat het toch ok is. Ja, ja! Nou, succes ermee. We stappen in de bus en rijden weg.
De route naar Moanda gaat verder over zandwegen met soms flinke plassen water en modder, maar het is goed te doen. We vermaken ons prima.

Na een lange dag komen we eindelijk aan in Moanda bij een kerk waar we in de tuin mogen slapen. Het is een klein paradijsje met mooie bloemen. Heerlijk. We installeren ons voor de nacht en gaan vroeg slapen.

Morgen weer een dag reizen, waarbij de route van Moanda naar Boma als erg slecht bekend staat. Bovendien hebben we ook nog een tax roadblock voor de boeg op die route. We zullen zien. Voor nu is het 1-0 voor Karin, Ivo, Anda en Karma tegen de roadtax maffia dus we gaan tevreden slapen.

De volgende dag staan we op tijd op en gaan we weer vroeg op pad. Voor we Moanda verlaten, willen we nog wat kleurenkopieën maken voor de grensovergang naar Angola. Ze willen daar graag een aantal kleur kopieën van je visum hebben als je de grens over gaat, dus dat maken we vast in orde. In elke grote plaats zijn wel kopieerwinkels te vinden. Nadat dat geregeld is gaan we op weg. Ook hier is geen asfalt te bekennen en bestaat de weg uit zand.

20180522_100705 vertrek Moanda

We rijden de stad uit en komen het eerste obstakel tegen. Een enorme berg rul zand ligt op de route en lijkt neergekwakt om de weg verder af te maken. Maar er wordt in geen velden en wegen meer aan de weg gewerkt. Brommertjes en 4×4 wagens laveren door het rulle zand de helling op en af. Dit kon voor ons wel eens een tijdje gaan duren als we daar doorheen moeten en tegelijkertijd een helling op moeten rijden. Dat gaat ons Karmaatje niet trekken.

20180522_101905 start route Moanda Matadi zandbak

Twijfelend staan we stil voor de helling. Dan worden we gewenkt door een groepje jonge jongens aan de linkerkant van de zandhelling. Daar blijkt ook een doorgang te zijn die minder zanderig is dan de hoofdweg. De jongens hebben dat deel van de weg zoveel mogelijk zandvrij gemaakt, maar dan zal het nog een behoorlijke uitdaging zijn om er doorheen te rijden en niet weg te zakken. Het is de beste optie dus we moeten het maar gewoon proberen. Als het niet lukt moeten we maar op een sleepje wachten. We gaan aan de ‘start’ staan en geven de jongens wat CFA’s voor het prepareren van de weg. Blij springen ze luid juichend in het rond met de bankbiljetten. Kijk zo kan het ook… Dan geven we gas en rijden door het rulle zand de helling op, onder luid gejuich van de locals. Als we door het rulle zand heen zijn draait de weg naar rechts, naar de hoofdweg toe en kunnen we verder op gravel. We zijn er door!

20180522_101954 zandbak Moanda

Opgelucht rijden we langzaam verder. Hopelijk hebben we het ergste deel van de route naar Boma gehad…We vorderen gestaag. De weg blijft een gravelweg, afgewisseld met zanderige stukken. Ook passeren we delen met diepe sporen in de rode klei, die er tijdens het regenseizoen in gereden zijn. We zijn opgelucht dat we hier niet rijden in het regenseizoen met ons busje. Dat zou lastig geweest zijn, maar nu is het goed te doen.

Na een paar uur arriveren we bij Boma, bij het tweede roadtax roadblock. Er is een poort over de weg en naast de poort staat een huisje waar een aantal vrouwen achter een bali zitten. We stoppen midden voor de poort zodat er niemand meer langs kan. Er komt een man aanlopen en hij geeft aan dat we aan de zijkant moeten parkeren en roadtax moeten betalen. We laten de bus midden voor de poort staan en Karin stapt uit en loopt naar het huisje met de vrouwen. Omdat we een buitenlands kenteken hebben moeten we de volle mep betalen van 50.000 CFA. Tenzij we bij de grensovergang al een keer 25.000 CFA hebben betaald, dan is het nog ‘slechts’ 25.000 CFA. Karin hoort het aan en loopt terug naar de bus om te overleggen. Blijkbaar ontstaat er vervolgens verwarring als Karin weer naar de vrouwen wandelt om te proberen te onderhandelen. De man die de poort bedient, vraagt aan Ivo of er betaald is en Ivo zegt uiteraard volmondig ja. Het mannetje gooit de poort open en alle dames in het hokje roepen verschrikt ‘Ooooh’. Blijkbaar is dat niet de bedoeling. Ivo rijdt triomfantelijk door de poort en Karin roept in de tussentijd naar de dames dat ze het bonnetje van de eerste betaling even gaat zoeken in de auto. Snel stapt Karin in en grijnzend rijden we weg. We durven pas te juichen als we en paar kilometer verder zijn en zeker weten dat we niet worden ingehaald door een politie agent op en brommer of in een taxi. 2 – 0 voor followingtheflow tegen de roadtax roadblock. Nog een te gaan…

We hebben nog een flink aantal kilometers voor de boeg voordat we in Matadi zullen aankomen, maar we willen toch proberen het nog te halen voor het donker wordt. Gelukkig gaat de weg na Boma over in redelijk goed asfalt met hier en daar een pothole.

20180522_141621 stadje

We rijden flink door tot we moeten stoppen omdat we een grote groep mensen op de weg zien lopen. We vragen ons af wat er aan de hand is en rijden langzaam dichterbij. De groep beweegt zich al dansend en schreeuwend over het wegdek. Sommige deelnemers hebben zwartgeverfde handen en gezichten. Dan zien we in de groep een aantal mannen een doodskist dragen. Het is een begrafenis. De weg is volledig geblokkeerd en we kunnen er niet langs. Voor ons rijdt een personenwagen die langzaam de groep in rijdt. De mensen beginnen harder te schreeuwen en een van de jongens springt bovenop de wagen en loopt over het dak heen. Het ziet er angstaanjagend uit. En zodra de groep ons in de gaten krijgt komen ze naar ons toe en zijn we in een mum van tijd omgeven door mensen met zwartgeverfde gezichten en handen. Ze maken gebaren dat ze drank willen en rammen op de zijkant van de bus. Snel controleren we of de deuren echt op slot zitten. Om te voorkomen dat de jongen van het dak van de personenwagen naar het dak van onze bus overspringt en onze zonnepanelen vermorzeld zet Ivo de bus in de achteruit en geeft gas. We rijden achteruit en de groep begint te juichen. We moeten er doorheen. Er is geen andere mogelijkheid. Gelukkig zijn er nog andere automobilisten op de weg dus als er iets gebeurt zijn we niet helemaal alleen, maar het is een angstaanjagende situatie. We pakken onze traangasbusjes erbij en zorgen ervoor dat ze ontgrendeld zijn. Als er ramen ingeslagen worden kunnen we ons in ieder geval nog een beetje verweren. We hebben zo’n begrafenis stoet een keer eerder meegemaakt, onderweg naar Calabar in Kameroen. Ook toen blokkeerde de groep de hele weg en kwamen we er nauwelijks langs door de hossende en dansende mensen op de weg. Toen was de groep echter niet zo agressief naar voorbijgangers toe. De auto voor ons is er bijna door, als we aan de andere kant van de weg een grote vrachtwagen aan zien komen. Dat is onze kans. Daar moet de groep wel voor uitwijken. We rijden langzaam richting de hossende groep en zorgen ervoor dat we ze passeren op het moment dat ook de vrachtwagen er langs wil. Weer rammen ze met volle kracht op de zijkant van de bus en drukken ze hun gezichten tegen de zijramen. We kijken strak vooruit en Ivo houdt het gas er voldoende op zodat de groep uiteen wijkt en niet voor onze bus blijft hangen. Met behulp van de vrachtauto die er inderdaad voor zorgt dat de groep zich splitst rijden we langzaam door de groep heen. Uiteindelijk zijn we er door en kunnen we deze nare ervaring achter ons laten en hopen we niet nog een keer een begrafenisstoet tegen te komen. Twee keer is wel genoeg.

Het is nog een behoorlijk eind rijden naar Matadi en we redden het net om voor het donker bij het klooster aan te komen in Matadi waar we de nacht willen doorbrengen. Na even onderhandelen over de prijs mogen we voor 10 dollar overnachten. Blij maar vermoeid parkeren we de bus op de binnenplaats van het klooster. De mensen zijn weer super vriendelijk en aardig. We installeren ons voor de nacht, eten nog wat en kruipen dan snel onder de wol. Nog een dag DRC en dan komen we als alles goed verloopt aan in Angola.

De volgende dag zijn we weer op tijd uit de veren. We hebben informatie ingewonnen over de grensovergang van DRC naar Angola. We hebben twee mogelijkheden; via de grote overgang in Luvo of via de kleinere in Matadi. We weten echter niet goed hoe de weg vanaf Matadi naar Angola en dan verder, na de grensovergang bij Noqui erbij ligt. We horen tegenstrijdige berichten van overlanders. Van onbegaanbaar tot goed te doen. Toch gaan we altijd liever via kleinere grensovergangen, simpelweg omdat die relaxter zijn. Bovendien zijn we nu vlakbij de grensovergang van Matadi, terwijl we voor die van Luvo nog een stuk richting het oosten moeten rijden. We besluiten toch de gok te wagen en via Matadi de grens over te gaan. Als het niet gaat, moeten we terug en dan zien we wel hoe het loopt.

Nadat we getankt hebben rijden we richting de grens. De weg ernaar toe is bar slecht en zit vol met potholes. Gelukkig is het maar een kilometer of 10, dus dat valt mee. Vlak voor de grens treffen we de laatste roadblock voor de roadtax. We stoppen voor de poort waarna het mannetje aangeeft dat we roadtax moeten betalen. We vragen waarom en geven aan dat we al betaald hebben. In dat geval is het niet meer nodig zegt het mannetje, maar hij wil nog wel even het bonnetje zien. Die hebben we natuurlijk niet, maar we doen net alsof we op zoek gaan naar het betreffende bonnetje. Druk zoeken we in de auto in alle hoeken en gaten. Uiteraard kunnen we geen bonnetje vinden, waarna we elkaar uit beginnen te foeteren. Steeds luider beschuldigen we elkaar over en weer van het zoek raken van het bonnetje. Het mannetje bij de poort begint een beetje zenuwachtig van de een naar de ander te kijken en zit duidelijk niet te wachten op een echtelijke ruzie aan de poort. Dat komt goed uit, dus we beginnen elkaar luidkeels uit te schelden en ruzie te maken. Non, non, non, c’est bon, c’est bon!!! roept het mannetje verschrikt en hij gooit haastig de poort open. Nog scheldend, maar op onze wang bijtend om niet keihard in lachen uit te barsten, rijden we vervolgens de poort door naar de grens. Jaaaaaa 3-0 voor ons tegen de ‘white price road tax maffia’. Heeeeeeeerlijk om die oplichters een keer flink terug te naaien. Nog nagenietend van ons professionele toneelspel en onze overwinning rijden we de grensovergang van DRC tegemoet.

De grens ligt op een steile helling en lijkt aan de kant van DRC weer op een klein dorpje. Het is er gezellig druk met kraampjes langs de weg, mensen die zwaar bepakt de grens over komen en en reizigers die bij de verschillende stempelposten rondhangen. We hebben tijdens ons verblijf in DRC weinig gemerkt van de ebola uitbraak. DRC is een van de grootste landen in Afrika en de uitbraak is honderden kilometers verderop. Bovendien sterven er jaarlijks meer mensen aan malaria dan aan ebola uitbraken, dus de mensen zelf maken zich er minder druk om lijkt het. Nadat we de aankomen bij de grens krijgen we een plekje aangewezen om te parkeren. Ivo gaat proberen nog wat CFA’s van DRC te wisselen voor Angolese kwanza’s en ik ga op zoek naar stempels. Het is een vrolijke boel op de grenspost. De mensen zijn vriendelijk en we worden goed geholpen. Bij het stempelen van de paspoorten moet ook Ivo even bij de grote baas aan zijn bureau komen zitten en hij wil alles horen over onze reis. Inmiddels spreken we een aardig woordje Frans dus we vertellen hem uitgebreid over onze ervaringen. Na de stempels in het paspoort en het Carnet moeten we nog even langs de medische post om ons gele boekje te laten zien. De dame kijkt ons kritisch aan en vraagt of we ons goed voelen. Ik denk nog even aan de grote pleister op mijn bil als gevolg van de ontsteking maar dat gaat haar niets aan. We knikken allebei braaf en dan mogen we verder. Weer een land verder. Zo langzaamaan belanden we in de zuidelijke punt van Afrika. Ook DRC is ons meegevallen, hoewel de corruptie wel volop aanwezig is en je steeds, ook met het wisselen van geld goed moet opletten of het allemaal goed gaat en klopt. Maar, het is ook een spel en we hebben er veel van geleerd. De poort van DRC gaat open en we rijden richting de grote hekken van de grens van Angola. Direct een hele andere sfeer. Weg zijn de kraampjes, de drukte, de gezelligheid, de chaos en ook het regenwoud, de Franse taal, het tropisch klimaat, de modderige wegen en de vriendelijke mensen. Hoe erg we West-Afrika missen realiseren we ons na enige tijd in Angola en later ook in Namibië.  West-Afrika ligt bij het passeren van de grens van DRC met Angola definitief achter ons…

20180521_140619 KarinivoKarma

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s