Modderworstelen in Gabon

In Ndende hebben we nog een week voor ons visum in Gabon verloopt. Dat hebben we zo gepland omdat we tijd willen hebben het juiste moment te kiezen om de weg van Ndende naar Dolisie af te leggen. We hebben immers te maken met het regenseizoen en een weg die bekent staat als een ware uitdaging. Veel modder, enorme plassen waarvan sommige zo diep zijn dat het echt gevaarlijk is. Bovendien is het traject lang. Van Ndende naar Dolisie is de route een kleine 300 kilometer. Dat is veel voor een weg die er niet florissant bij ligt.
Locals hebben geadviseerd alleen te gaan rijden als het de dag en nacht ervoor droog is geweest. Dat advies nemen we dan maar ter harte. Als ze vragen of we de route met de bus af gaan leggen en we bevestigend antwoorden beginnen ze te lachen en met het hoofd te schudden. Zonder 4×4 is het onmogelijk. Nou, dat hebben we vaker gehoord, zelfs nog voor we aan de reis begonnen, maar we zijn inmiddels in Gabon met ons wagentje, dus we zullen zien. Eerst zelf doen en dan geloven, is ons motto geworden. We hebben op onze reis nog niet eerder voor hetere vuren gestaan qua conditie van de weg, maar uiteindelijk zullen we er toch doorheen moeten. Het alternatief is namelijk helemaal terug te rijden naar het noorden van Gabon en via Lope, waar we naar het natuurpark zijn geweest, verder naar het zuid-oosten naar de grens met Congo waar het mee schijnt te vallen met de weg. Om helemaal weer naar het noorden en weer naar Lope te rijden zien we vooralsnog niet zitten. Dat kan altijd nog.

Als we vanaf de kust in Ndende aan komen rijden hebben we geluk. Het is al een dag en nacht droog. We besluiten als het nog een nacht droog is de kans te grijpen en te gaan. We doen de nodige boodschappen om het een paar dagen te kunnen uitzingen, mochten we vast komen te zitten in de blubber en er komt geen reddende engel opdraven. En dan is het afwachten of het daadwerkelijk droog blijft…

De volgende ochtend ziet het er veelbelovend uit. De nacht is er geen druppel gevallen en in de ochtend is de lucht blauw met hier en daar een wolk. Beter kan niet. We pakken alles in, laten het dak zakken en rijden naar het immigration office in het dorp voor de benodigde stempels. Gelukkig is het kantoortje op tijd open en wordt alles vlot afgehandeld. Dan gaan we op pad. We zijn gespannen. Wat kunnen we nou eigenlijk verwachten? En zal het echt zo zwaar en moeilijk worden? We rijden het dorpje uit en draaien bij de rotonde rechtsaf. Na enige meters houdt het asfalt ermee op en gaat de weg over in een zandweg. Na enkele kilometers wordt de zandweg steeds smaller en vervolgen we onze weg over het smalle zandpad. En al snel doemen de eerste plassen op. Daar gaan we dan!

IMG_2720

We rijden rustig aan verder tot we moeten stoppen omdat er een grote plas met veel modder en sporen opdoemt. We hebben afgesproken eerst te kijken hoe de weg (of de plas) erbij ligt voor we er doorheen rijden. Op de manier kunnen we uitzoeken of we de plas links, rechts of dwars door het midden nemen. Dat kost tijd, maar belangrijker is dat we heelhuids aankomen in Congo. Grote plassen wisselen af met enorme modderpoelen en diepe kraters gevuld met water. We hebben een prikstok bij de hand waarmee we de diepte kunnen meten en kunnen onderzoeken of de ondergrond een meter blubber is waar we in weg kunnen zakken, of harde klei.

kleinprikkenIMG_2716

We vorderen gestaagd. Locals hebben uitgelegd dat de eerste 50 kilometer aan de kant van Gabon het ergst zijn. Dan volgt de grensovergang naar Congo en dan wordt de weg steeds beter. De laatste 20 kilometer van het traject zijn in goede staat. Maar goed, daar zijn we nog lang niet.

We ploeteren en modderen lekker verder. Het gaat lekker en we vinden ons ritme. Plas, uitstappen, prikken en meten, route bepalen en dan op hoop van zege verder. Elke plas is weer spannend want uiteindelijk weet je nooit precies hoever Karma in de blubber zal wegzakken, maar het gaat goed. Tot we een flink modderbad tegen komen. De diepe sporen in de weg maken het lastig er goed doorheen te rijden. Hoewel de bus verhoogd is, hebben we te maken met een bepaalde grondspeling en dat is bij dit exemplaar minimaal door de diepe sporen. We kiezen ervoor om aan de rechterkant van de modderpoel te beginnen en dan op het minst modderige stuk over te steken naar de linkerkant. Zo gezegd, zo gedaan. Maar na en paar meter glijden we de stijle kant af zo de blubber in. We proberen er nog uit de komen door achteruit te rijden maar we zakken steeds verder weg in de modder. We zitten vast. Fuck! En goed ook.

Ivo pakt de schep tevoorschijn en begint te graven. Dat valt niet mee. Elke keer als hij een berg blubber aan de kant gooit, vult het gat zich weer met nieuwe blubber en water. Dat kon wel eens een tijdje gaan duren. Maar zoals zo vaak hebben we geluk. Na 10 minuten horen we het geluid van een motor uit de tegengestelde richting komen. Hopelijk een auto. En ja hoor er komt een 4×4 de bocht om rijden. Joepie! De reddende engel. Ze zien dat we modder aan het happen zijn en vragen of we een sleepkabel bij ons hebben. Uiteraard hebben we die. Ons nog prachtig witte kinetische touw. Niet voor niets helemaal meegesleept vanuit Nederland. We koppelen de bus aan de Toyota en hop, binnen een paar seconden is het gepiept. De mannetjes geven nog een aanwijzing hoe we het beste kunnen rijden, dan zwaaien ze en weg zijn ze. Ooh…het was wel fijn geweest als ze even hadden gewacht tot we door de modderbrij heen waren. Maar goed, vol goede moed gaan we verder. We leggen de rijplaten op strategische plekken neer, wat we bij de eerste poging ook hadden moeten doen, en dan gaan we voor poging twee. Hopelijk glijden we niet nog een keer terug. Deze keer lukt het wel en worstelt Karma zich door de prut heen. Jaaaaa, we kunnen weer verder.

Na een uur of drie hebben we het meest slechte deel van de route getrotseerd. De hoeveelheid grote plassen wordt minder en ook de echt gevaarlijk diepe kuilen liggen achter ons. En voor we het weten komen we aan bij de eenvoudige grenspost van Gabon. Een mannetje stempelt de papieren en zwaait ons dan uit. Ja bedankt, en de slagboom dan? Die mogen we zelf open gooien. Heerlijk die zelfbediening bij de grenspost.

kleingrenspostIMG_2722

We rijden een aantal kilometer door niemandsland en komen dan aan bij de grens van Congo. Grensovergangen blijven altijd en beetje spannend, hoewel het altijd goed is gegaan. Gaat het soepel? Zijn ze relaxed? Willen ze alles doorzoeken? Gaan ze moeilijk doen over Anda? Als we door de slagboom rijden parkeren we voor de deur van een aantal gebouwtjes. Er is niemand bij het eerste loket. Na een paar minuten komt een mannetje aanlopen en kan het circus beginnen. Stempeltje, babbeltje, wachten, informatie overschrijven in een groot boek, paspoorten enzovoort. Als het mannetje klaar is loopt het weg en wijst ons bij welk gebouwtje we ons vervolgens moeten melden. We lopen erheen en uiteraard zit er niemand. Dan komt na een paar minuten hetzelfde mannetje aanlopen. Huh…? Waarom loopt hij niet meteen door naar het tweede loketje. Weer schrijft hij alles over in een boek en dan hoeven we alleen nog het carnet te laten stempelen bij loketje nummer drie. Na een paar minuten komt ook die douanier onder zijn boom vandaan om aan het werk te gaan. Na een uurtje is alles gepiept en zijn we in Congo.

De weg wordt daadwerkelijk een stuk beter, hoewel er soms nog wel en flinke waterplas opduikt. Deze zijn echter niet meer zo diep en modderig dus daar durven we zonder de prikstok te gebruiken doorheen te rijden.

20180423_135025

En we kunnen weer wat meer genieten van de omgeving. Langs de weg duiken huisjes en kleine dorpjes op. En hele colonnes kinderen die luid schreeuwend om een ‘ballon, ballon, ballon’, naar de bus komen rennen. Dat is even wennen. In Gabon zijn de mensen vriendelijk maar minder uitgesproken en expressief. Dat is duidelijk een verschil met Congo, zo merken we. Ook wel weer leuk. Als we langs rijden zwaaien de mensen en we zwaaien vrolijk terug.

Omdat de weg beter is rijden we ook wat harder. We hebben immers nog flink wat kilometers voor de boeg. Tot we met een flinke klap op een verkeersdrempel rijden in een van de dorpjes. We worden gelanceerd en Karma vliegt een paar meter door de lucht. Tenminste, zo voelt het. Het is een flinke klap. Zijn we verdorie goed door het modderworstelen heen gekomen, rijden we de auto kapot op een belachelijk hoge verkeersdrempel die niet te zien is. Verschrikt zetten we de auto stil en luisteren we of de motor rare geluiden maakt. Ivo stapt uit om te kijken of de banden nog vol zijn. Langzaamaan rijden we verder. Er lijkt niets aan de hand…

Dan maar wat rustiger aan. En dat blijkt een verstandig besluit want in bijna elk dorpje is eigenhandig een enorm hoge verkeersdrempel aangelegd. Later missen we er helaas nog een en maken we nog een flinke klapper op de drempel. We balen flink, maarja het kwaad is al geschied. Ondertussen hebben we het grootste gedeelte van de weg afgelegd en wordt het langzaamaan schemerig. In de dorpjes zitten de mensen allemaal bij elkaar te babbelen, te eten en te drinken. De sociale structuren zijn in zo’n oerwouddorpje natuurlijk totaal anders dan in een dorpje in Nederland. Iedereen leeft buiten. Bovendien hebben de mensen hier geen televisie of internet, dus is het gezelliger om met elkaar te babbelen dan in je eentje in je hutje te zitten achter een scherm…

Het wordt langzaamaan donker en het wordt tijd om een slaapplek op te zoeken. Het is niet eenvoudig een bushcamp te vinden aan de kant van de weg. Er zijn weinig zijwegen en direct aan de kant van de weg is niet te doen vanwege de enorme hoeveelheid stof en grote vrachtwagens die ook over de weg rijden. Als het donker is besluiten we te stoppen bij een dorpje en te vragen of er ergens een plek is om te slapen. Ik loop een medische post binnen en tref daar en man die ons wijst op een hotel in het dorpje. Omdat het al donker is en we geen idee hebben hoe we er moeten komen geeft hij aan dat hij wel met ons mee wil rijden naar het hotel. Dat is super aardig. Samen met zijn vrouw kruipt hij op de voorstoel van de bus en ik kruip op de achterbank bij Anda, waar ik vervolgens helemaal wordt afgelebberd door een blije Anda. Na een paar kilometer komen we aan bij het hotel. Op onze vraag hoe hij terug komt in het dorp geeft hij lachend aan dat ze binnendoor terug wandelen. We bedanken ze uitgebreid en gaan ons installeren voor de nacht. We mogen in de voortuin van het hotel slapen, als we een kamer huren. Dat is prima want we willen ook graag douchen na alle stof en blubber. Gelukkig is er water en een bucketshower. We zijn heel erg moe van de lange dag reizen en de (in)spanning van de weg die we hebben afgelegd, maar ook heel erg blij en trots dat we het zonder grote brokken volbracht hebben. Een van de moeilijkste routes van onze reis hebben we afgelegd, met ons fantastische, sterke campertje. En uiteindelijk, achteraf is het allemaal enorm meegevallen en is het een van de mooiste dagen van onze reis die we zeker niet vergeten….

Eerst zelf doen, dan geloven…

20180424_084032

2 gedachtes over “Modderworstelen in Gabon

    1. Hahaha we houden van blubber. Lekkere naturel look😉. Er hangt wel 40 kg blub onder de wagen.
      We hebben wilde dieren gezien, eekhoorns, marmotten, dukduks, woestijnkrokodil, giraffen, bavianen, buffels, hypo, himba’s en dan ben ik vast wat vergeten.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s