Wildlife in je ‘achtertuin’

Na alle avonturen in de hoofdstad Libreville verlangen we naar de bush van Gabon. We hebben het plan opgevat om naar een natuurpark, park Loango, aan de kust van Gabon te rijden. Daar zouden de olifanten over het strand lopen en is er een goede kans ze te kunnen bewonderen. Het is echter een lange, lange route, via kleine dorpjes als Manji, het oerwoud in. Volgens locals die we erover spreken, is het desondanks mogelijk het park te bereiken met onze bus. Het is een gravelweg ten zuiden van Lamberene, die ter hoogte van het dorpje Yombi het oerwoud in draait. We nemen de afslag en rijden de weg op. Langzaamaan doemt het oerwoud op. Het is prachtig groen en de dieprode gravelweg springt er mooi uit tegen het intense groen van het woud. Na een tijd rijden komen we in de middag aan bij een mooie zandafgraving waar we besluiten te stoppen en te overnachten. Als we alles geïnstalleerd hebben gaan we een stuk wandelen met Anda. Nog voor we de zandafgraving uit gelopen zijn, zien we een pootafdruk van een olifant. En oude afdruk weliswaar, maar het betekent wel dat ze er in het wild lopen. Prachtig en ook een beetje spannend. Wat als je ineens oog in oog  staat met zo´n kolos?

img_20180416_1828348281.jpg

We slapen heerlijk op de mooie plek in de bush en de volgende dag gaan we vroeg op pad, verder naar het natuurpark. We rijden steeds verder de jungle in. De weg blijft goed maar de navigatie wordt moeilijker. De app Maps.me die we veelvuldig gebruiken tijdens onze reis omdat de route offline te gebruiken is, geeft niet meer goed aan of we nog op het juiste spoor zitten. Op een gegeven moment houdt de weg op. We draaien om en vragen een aantal locals de weg naar het natuurpark. We moeten weer terug en een andere afslag nemen. Dat doen we, maar het wordt er niet makkelijker op. Ook op de papieren kaart wordt de weg niet meer aangegeven. We weten dus ook niet hoe lang het nog duurt voor we er zullen zijn. Regelmatig zien we grote hopen van olifanten op de weg liggen. Sommige zijn vers, wat betekent dat we ze elk moment tegen kunnen komen. Spannend!

We rijden verder tot we ineens voor een slagboom staan. Midden in het oerwoud. We stoppen en lopen naar het mannetje in het huisje bij de slagboom toe. Als we aangeven dat we op weg naar het natuurpark zijn vraagt hij of we ons hebben gemeld bij het park? Nou nee… In dat geval kan hij ons ook geen doorgang geven. Zucht. Als we vragen waarom de slagbomen er staan vertelt hij dat het terrein van het oliebedrijf Shell is. Ah… en die heeft zich de weg blijkbaar ook maar meteen toegeëigend. Uiteraard laten we ons niet zomaar wegsturen en uiteindelijk is het mannetje bereid te bellen met zijn leidinggevende om te vragen of we doorgang kunnen krijgen. Dat mag, maar wel onder begeleiding. Het zal wel heel geheimzinnig zijn wat Shell daar allemaal aan het uitspoken is in het oerwoud… Na een half uur wachten zit er eindelijk schot in de zaak en komt een team van bewakers aanrijden om ons door het geheimzinnige terrein van Shell te begeleiden. Onder het mom, ‘anders verdwalen jullie’. Ondertussen zijn we gaan twijfelen of we de tocht wel door willen zetten. De navigatie werkt immers niet optimaal, we weten niet hoe lang het nog rijden is en of de weg zo goed blijft als het nu is. Bovendien zitten we nog altijd midden in het regenseizoen. Stel je voor dat we in een enorme regenbui terecht komen? Komen we dan nog terug? Of worden we dan verslonden door het regenwoud?
We besluiten toch verder te rijden, hoewel het mannetje bij de poort ook heeft aangegeven dat het nog erg ver is naar het natuurpark. De slagboom gaat open en een begeleidende auto met bewaking gaat voorop het terrein op.

20180415_133227

We zien links en rechts van ons pijpleidingen lopen en punten waar waarschijnlijk naar olie wordt geboord. De activiteiten van Shell… En wie weet wat er verder nog gebeurt op het terrein. In Gabon worden ook veel mineralen gedolven, zoals bijvoorbeeld uranium, maar ook goud. Veel landen in Afrika, waaronder ook Gabon, zijn rijk aan grondstoffen. Jammer dat er zo weinig van de opbrengst van die mineralen en grondstoffen ook daadwerkelijk terecht komt bij de lokale bevolking. Die bijten in veel gevallen vaak nog op en houtje, terwijl de regering en elite er warmpjes bij zit.

Na een kilometer of 10 bereiken we een andere slagboom, die ons uitgeleide doet van het terrein af. We bedanken de mannetjes en rijden verder de jungle in. Na een aantal kilometer staat er tot onze grote verrassing daadwerkelijk een oud bordje met een pijl linksaf dat verwijst naar het natuurpark Loango. We zitten blijkbaar nog steeds op het juiste spoor. Het enige probleem is wel dat de gravelweg eindigt en dat het pad overgaat in een zandpad met twee sporen. Er rijden nog wel auto’s zien we aan de sporen en na een aantal kilometer komt ons ook een 4×4 tegemoet. De weg wordt echter steeds slechter en zanderiger en als het daadwerkelijk gaat regenen hebben we vermoedelijk een uitdaging om niet vast te komen te zitten in het zand en de modder.

20180415_144426

Als het paadje steeds smaller wordt en het gras hoger aan de zijkant van het pad besluiten we de handdoek in de ring te gooien. Het lijkt er bovendien op dat we niet dichterbij de kust komen, wat betekent dat het nog uren kan duren voordat we het park zullen bereiken. Als we het überhaupt al kunnen bereiken via de route die we nemen. Het voelt niet goed meer en we besluiten om te draaien en terug te rijden. Jammer maar helaas. Toch zijn we altijd ons gevoel blijven volgens tijdens het reizen en dat heeft ons geen windeieren gelegd, dus ook nu lijkt het ons de beste beslissing deze mooie tocht te staken. We keren om en rijden weer naar de slagboom. De mannen bij het huisje kijken verrast, maar bellen meteen de begeleiding om ons weer door het park te begeleiden.

Daarna rijden we stevig door, terug naar de mooie bushcamp bij Manji. Het is nog uren rijden en inmiddels zijn we al ver in de middag aanbeland. Het zal een uitdaging worden de bushcamp voor het donker te bereiken. Gelukkig weten we de weg nu wel en verdwalen we niet meer, wat ons tijdwinst oplevert. Maar het blijft een race tegen de klok. De schemering valt in. Dan plotseling moet Ivo vol op de rem. Tien meter voor ons rent en olifant over de weg. En aan de zijkant van de weg zien we nog wat bewegen in de bosjes. Gelukkig rent er geen hele kudde over, want dan hadden we de olifanten wel van heel dichtbij kunnen bewonderen. We hadden nooit meer op tijd kunnen stoppen als er nog meer waren overgestoken. De olifant die de weg over rende schrok nog erger van ons dan wij van hem, dus die is in geen velden en wegen meer te bekennen. Toch maar iets langzamer aan dan, voor onze eigen veiligheid en die van de olifanten hier. We gaan het net niet halen om voor het donker weer bij de bushcamp te zijn. Dan maar rustig aan verder in het donker. We rijden door het kleine dorpje Manji en op het zelfde moment verzamelen zich donkere wolken boven ons. Er komt een regenbui aan. Wat een opluchting dat we niet meer op het zandpad zijn, waar we een paar uur geleden nog reden. De lucht wordt donkerder en donkerder en de eerste spetters regen vallen op de voorruit. Gelukkig is de gravelweg in goede conditie, wat betekent dat de onderlaag keiharde rode klei is die niet zomaar wegspoelt of verandert in blubber. Het begint flink te regenen. In de verte zien we onze bushcamp plek. We zijn er bijna. Net als we de laatste heuvel oprijden klinkt er een donderklap zo hard dat we van schrik bijna tegen het plafond van Karma stuiteren. Direct daarna volgt bliksem en weer een keiharde donderklap. Ook komt de regen inmiddels met bakken uit de lucht. Het is noodweer. We zien het allebei niet zitten om met dit weer in de bush te staan en we besluiten terug te rijden naar het rijtje huisjes vlak voor onze bushcamp. Daar staan we in ieder geval meer beschut; in een klein dal en zijn we niet alleen. Het water stort zich over ons uit en naast de weg lopen al flinke rivieren waar het regenwater zich verzamelt. Het blijft volop bliksemen en donderen. We vinden en parkeerplek voor een huisje, waar we de bui kunnen afwachten. Het is flink donker maar we zien ineens een paar nieuwsgierige hoofdjes voor de ramen van de bus verschijnen. Een aantal kinderen is buiten in de regen aan het spelen en gluurt nu bij ons naar binnen. We doen de schuifdeur een klein stukje open en zwaaien naar ze. De vrouw des huizes staat onder de veranda naar ons te kijken. We roepen dat we schuilen voor de regen. Dan geeft ze aan dat we ook binnen bij haar mogen afwachten, of mogen slapen. Zo vriendelijk! We leggen uit dat dat niet nodig is, dat we in de auto kunnen slapen. Ze knikt en zwaait nog een keer. Dan doen we de schuifdeur weer dicht want het regent nog steeds pijpenstelen. Na een uur neemt de heftigheid van de bui af. We besluiten we het tentdak omhoog te duwen zodat we fatsoenlijk kunnen slapen zonder met z’n drieën op een kluitje te liggen op het bed beneden in de bus. We zijn moe van een lange dag rijden door het oerwoud en vallen uiteindelijk, na het eten, snel in slaap.

De volgende ochtend rijden we naar de bushcamp toe waar we oorspronkelijk de nacht wilden doorbrengen. Het terrein ligt er fris bij na de enorme regenbui van de nacht ervoor. De omgeving is prachtig dus we plakken er nog een nachtje aan vast. Als we de volgende ochtend aan de koffie zitten begint Anda te blaffen. We wandelen het terrein over en zien aan de andere kant van de weg een aantal locals lopen. Ze lopen naar ons toe en wijzen richting het bos verderop. Een paar minuten geleden liep er een kudde van 10 olifanten langs de bosrand. Helaas hebben we die net gemist. Zo zie je maar, helemaal niet nodig in Gabon, zo’n natuurpark. Wildlife wandelt gewoon door je achtertuin als je goed oplet…

Omdat we toch graag nog naar de kust rijden in Gabon en omdat we nog voldoende dagen over hebben voor ons visum verstrijkt, zetten we koers naar Mayumba aan de kust. De weg ernaar toe is prima. Een mooie asfaltweg.

20180418_115917

In Mayumba blijven we een paar dagen. Het is een leuk, gemoedelijk dorpje en het hotel dat we vinden is redelijk modern en schoon. Het strand zelf is niet heel bijzonder en het ligt werkelijk bezaaid met plastic dat is aangespoeld uit de oceaan. Toch vinden we een plek waar Anda kan zwemmen en wij kunnen relaxen.

Als we er zijn geïnstalleerd komt een nieuwsgierige man naar ons toe die redelijk goed Engels spreekt. We raken aan de praat over onze reis. Dan vertelt hij dat zijn grootvader een resort heeft verderop en hij nodigt ons uit een kijkje te komen nemen. Dat lijkt ons wel wat. Het is een mooie plek, aan het water, mooie lodges en een zwembad. Heerlijk om even bij te komen. De prijs voor een overnachting is echter schrikbarend hoog en veel te veel voor ons budget. Gelukkig is de eigenaar bereid ons een flinke korting te geven en die kans grijpen we met beide handen aan. Het is heerlijk om weer even in een huisje te leven, met warme douche, werkend wc, groot bed en balkon met prachtig uitzicht. We missen het niet tijdens onze reis, maar waarderen het des te meer als de mogelijkheid zich opeens voordoet om even in luxe de batterij weer op te laden. In de avond worden we uitgenodigd voor een glas ‘overheerlijke’ palmwijn, ofwel de Afrikaanse champagne, en babbelen we met een parkranger en vriend van de kleinzoon en de kleinzoon zelf, over de cultuurverschillen tussen Europa en Afrika. Er ontspint zich een interessant gesprek. Vooral als het gaat over het krijgen en hebben van kinderen…in Afrika nog steeds een ‘must have’, terwijl in Europa een bewuste keuze wordt gemaakt om er wel of niet voor te kiezen, door zowel man als vrouw (of natuurlijk vrouw en vrouw of man en man).

We blijven 2 nachten en rijden dan uitgerust richting Ndende. Ndende is de laatste grote plaats in Gabon, voor de grens met Congo. In Ndende zullen we ons voorbereiden op wat wij hebben bestempeld als een van de moeilijkste trajecten tijdens onze reis; de weg van Gabon naar Congo. De weg staat onder overlanders als zeer slecht te boek. Zelfs voor reizigers met een 4×4 schijnt het een uitdaging te zijn. Offroad, veel modder met grote plassen water van soms een meter diep. Bovendien is het een lang traject waar overlanders uren over doen. Wij verschijnen met onze Karma met 2-wielaandrijving precies in het regenseizoen aan de start. Niet de meest ideale situatie. Zullen we er überhaupt wel doorheen komen? En hoeveel tijd zal het ons kosten? En komen we er heelhuids doorheen of gaan we flink modder happen? Gelukkig hebben we in Ndende nog een aantal dagen om ons mentaal en fysiek voor te bereiden op deze uitdaging tijdens onze reis…

20180420_124251

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s