Malaria, mangoworm en de muis

Kribi is prachtig. Schone stranden, palmbomen, lekker klimaat, leuk dorpje met een vismarkt, gewone markt, winkeltjes, restaurantjes, barretjes en een grote Spar supermarkt. De mensen zijn gewend aan blanke toeristen, dus we worden op straat niet aangestaard en we worden met rust gelaten. We kamperen bij hotel Tara direct aan het strand. Het is een hotel met verschillende lodges, een restaurant en een bar. Anda wordt al snel vriendjes met een zwervertje dat bij het hotel rondscharrelt en we dopen hem Sticky want zodra hij Anda ziet wijkt hij geen seconde meer van haar zijde, tot grote ergernis van Anda de eerste paar dagen. Op het strand spelen is geen probleem, maar ze wil geen indringers rondom de camper, wat dat is haar terrein. Ze jaagt Sticky steeds weg, maar Sticky zou Sticky niet zijn als hij niet zou blijven plakken en dat doet hij dus ook. Uiteindelijk gaat Anda natuurlijk voor de bijl en liggen ze na een paar dagen bakkeleien gewoon samen onder de camper. Aan het eind van de dag als we gaan slapen wandelt Sticky de struiken in en ´s ochtends vroeg als we een duik in de zee nemen staat hij al weer voor de deur te wachten op zijn grote liefde Anda. En wij denken serieus na over de vraag of we ruimte hebben in de camper voor nog zo´n mormel…

De dagen glijden voorbij met zwemmen, luieren, wandelen, boodschappen doen, biertjes drinken, klusjes doen en weer luieren en zwemmen.

Vlakbij is een grote waterval waar je over het strand heen kunt lopen. We bezoeken de waterval nog met Marcus en Anja.

Na een week Kribi begint het te kriebelen. We besluiten naar Eboje te rijden. Een klein plaatsje zuidelijk van Kribi aan de kust. In het juiste seizoen kun je ´s nachts zeeschildpadden zien die eieren leggen op het strand. De zeeschildpadden zijn beschermd. We zijn er helaas niet in het juiste seizoen maar we gaan toch een kijkje nemen. We hebben immers tijd genoeg en wie weet in welk mooi paradijs we belanden. De volgende ochtend rijden we richting Eboje. Het is een offoad weg dwars door het oerwoud. Prachtig. De kleuren zijn geweldig. De dieprode kleiweg slingert langs de intens groene planten en bomen. We passeren een aantal houten bruggetjes en op een gegeven moment moeten we stoppen voor een lange rij auto´s. File in Afrika?! Dat is nieuw. We stappen uit en nemen een kijkje. Een vrachtwagen hangt half naast een van de houten bruggetjes en blokkeert de doorgang. Dat kan nog wel eens een tijdje gaan duren. We willen er niet op wachten en besluiten terug te rijden naar Kribi en het de volgende dag te proberen als de weg weer vrij is. Als we terugrijden komt er net een grote takelwagen met een chinees achter het stuur aan rijden. Dan zal de weg morgen wel weer vrij zijn.

De volgende ochtend wagen we een tweede poging. Net als we het dak van Karma inklappen horen we een harde knal van onder het dak vandaan komen. Verschrikt kijken we elkaar aan en als we het dak weer omhoog willen duwen merken we dat hij aan een kant naar beneden blijft hangen, alsof het dak aan die zijde verlamd is. De gasveer is afgebroken en krom gebogen door de druk van het dak bij het dichtvallen. Dat is een klein probleem. Hoe kom je aan een gasveer van dezelfde afmetingen in Kameroen? We ontmantelen de kromme gasveer en gaan maar eens rondvragen bij het hotel. Bij de jongens van de souvenirverkoop hebben we beet. Een van de jongens kent wel iemand die ons kan helpen. We moeten naar een autoreparatiebedrijf, want misschien hebben ze daar gasveren. De jongen wil ons wel brengen met zijn auto. Heel fijn! Met z’n drieën, Anda gaat natuurlijk ook mee, stappen we in zijn auto en rijden we plankgas naar de garage. Daar hebben ze wel oude gebruikte gasveren die veel te groot zijn maar niet eentje van het formaat dat wij nodig hebben. We laten de kromme gasveer zien aan de jongen die ons helpt en hij loopt ermee naar een raam van zijn gebouwtje. Aan de buitenkant van het raam zit een ijzeren constructie om inbrekers buiten te houden. Met behulp van de ijzeren constructie buigt hij de kromme gasveer weer recht. Nu alleen nog een lasser die het gebroken onderdeel er weer op kan lassen en klaar is kees. Na een uur is de gasveer gerepareerd en kunnen we terug naar hotel Tara. In Nederland zou je het hele ding bij de vuilnis gooien een nieuwe kopen. In Afrika hebben ze een goed systeem van recycling. Alles wordt gerepareerd en hergebruikt tot het echt niet langer kan. Kunnen we in Europa nog wat van leren. We kunnen op weg naar Eboje. De brug is ook weer vrij dus we rijden door, dieper het oerwoud in. Na 2 uur rijden komen we aan bij een klein dorpje in de jungle. Na wat rondvragen wijst een van de bewoners en beheerders van het kleine museumpje over de schildpad, ons een plek waar we ons kunnen installeren. Een prachtige plek aan het strand, achter een houten hutje waar ze ook kamers verhuren. Het enige probleem is dat de helling naar de plek toe erg stijl is en niet erg vlak. Eraf gaat wel maar komen we er ook weer op? We wagen de gok. Anders wordt het duwen en slepen. We rijden met Karma naar beneden en installeren ons onder de palmen op het prive strandje. Het is werkelijk een paradijs en waanzinnig mooi. Anda kan heerlijk los rond lopen, het strand ligt 10 meter verderop, het dorpje is prachtig. Het is een paradijsje.

We blijven een paar dagen. En we worden in de watten gelegd. Het is mogelijk om ontbijt, lunch en diner te bestellen voor een paar euro. We willen wel graag ontbijt en diner. ’s Ochtends worden we verwend met vers gebakken meelballetjes. Het lijkt een beetje op oliebollen zonder rozijnen. Erg lekker met jam of chocopasta. ’s Avonds worden we verwend met verse vis zo groot dat het bord er compleet onder verdwijnt en plantain (gebakken banaan).

Omdat we geen schildpadden kunnen spotten omdat het buiten het seizoen is willen we wel graag een boottocht maken in een traditionele piroque, over de rivier die dichtbij uitmondt in de zee. Als we geluk hebben zien we ’s ochtends nog apen door de bomen slingeren. De gids pikt ons op bij de monding van de rivier, waar hij naar toe vaart. Het is nogal wiebelig en we hopen dat we geen nat pak halen. Ook loopt het bootje langzaam vol met water dus elke 15 minuten moet de gids hozen. Het is prachtig om de jungle vanaf het water te zien. De rust is fantastisch. Langs de kant verdringen de wortels van de mangrove bossen zich. Hoe verder we varen hoe meer bomen in het water liggen.

We zien ze vlak onder ons bootje doorglijden en we hopen maar dat de gids ze ook ziet. Bijna aan het eind van de rivier, waar we niet verder kunnen omdat de bomen over het water de weg versperren, varen we met ons wiebelige bootje op een onder water liggende boomstam op. We horen de gids ‘Oh la‘laaa’ roepen en binnen een paar seconden hangen we scheef. Om ons evenwicht te bewaren zwaaien we met onze armen in het rond en hangen we even later aan een kant met onze armen in het water. Nog even en we slaan om! Oh la laaa! Dan krijgt de gids grip met zijn roeispaan op een boomstam en druk de boot de andere kant op. Langzaam hellen we over naar de andere kant en hervindt de boot zijn evenwicht. We zien wat bleekjes als hij de tocht hervat en zegt dat hij de boot keert omdat de doorgang met alle bomen over het water lastig wordt. Ja, dat lijkt ons een geweldige beslissing! Langzaamaan voelen we ook dat onze broek kleddernat wordt dus het is ook weer eens tijd om te hozen.

Helaas zien we tijdens de tocht geen apen in de bomen slingeren, maar vliegen er wel een paar vogels rond. Gelukkig stuurt de gids de boot op de terugweg niet op een boomstam en komen we veilig weer aan land. Genoeg avontuur voor een dag. Snel terug naar ons prive strand en naar Anda. We blijven nog 2 nachten, waarbij we nog worden uitgenodigd voor het dorpsfeest op zondagavond. Dat is de avond, en middag, dat er gezopen wordt omdat er dan niet gewerkt, maar geluierd wordt. In de middag wordt er ingedronken met palmwijn. Dat is een zelfgemaakte wijn van de schors van een palmboom, aangelengd met wijn. We krijgen het witte goedje ook aangeboden maar het glazuur springt van onze tanden zo zuur is het. We houden het wel bij een lekker koud biertje. We hebben afgesproken met een aantal dorpsbewoners om naar de openluchtdisco te gaan die zondagavond. De generator en een muziekinstallatie zijn neergezet, samen met een paar plastic stoelen en tafeltjes. Het is er gezellig druk. De muziek staat echter zo hard, zoals bij zoveel barretjes in Afrika, dat een normaal gesprek onmogelijk is. Dan na een biertje maar de dansvloer op. Bij het liedje dat gedraaid wordt dansen de vrouwen met de vrouwen en de mannen met de mannen. Ivo leert een paar snelle moves van de mannen en ik word aan het eind van elk refrein geplet tussen de dames die dan tegen me aan komen dansen. Wat een gezelligheid! Ook een van de mannen op de dansvloer ziet op dat moment zijn kans schoon en doet gezellig met de dames mee aan het eind van elk refrein. Na een dansje en een biertje hebben we genoeg van de harde muziek en nemen we afscheid van het spektakel. We worden tenslotte ook een jaartje ouder…

De volgende dag zien we bij Anda een aantal rare bultjes in haar vacht. Ze wordt natuurlijk wel eens gestoken door muskieten, maar dan heeft ze niet zulke plekken in haar vacht. We onderzoeken de plekjes en ontsmetten ze maar zien verder niets raars. Tot we twee dagen later nog eens kijken en Ivo er zo een worm uitdrukt. GETVER! Mangowormen! Anda ligt en rolt natuurlijk veel in het zand. De Botfly legt zijn eitjes in het zand, in de hoop dat er zacht weefsel voorbij komt waarin het eitje zich kan nestelen om verder te groeien. In dit geval is dat gelukt bij Anda. Gelukkig is deze variant niet schadelijk. Als de worm het lichaam heeft verlaten is het enige gevaar kans op infectie vanwege een open wondje. Smerig is het wel. Bij nader onderzoek vinden we er nog een paar, in haar pootjes. Ze veroorzaken voornamelijk jeuk en doen bij honden gelukkig geen pijn bij het verwijderen van de wormen. Bij mensen schijnt het vreselijk pijn te doen. Wij lopen voorlopig niet meer met blote voeten over het strand…

klein andarollenzand 20180318_092439

Na een aantal dagen in het tropisch paradijs besluiten we weer terug te rijden naar Hotel Tara. Dat betekent dat we de steile helling weer op moeten zien te komen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Na 2 pogingen waarbij het niet lukt omhoog te rijden en de voorwielen slippen en geen grip kunnen krijgen, komen een aantal mannen uit het dorp helpen met duwen. Ook leggen we de rijplaten over een grote geul in de helling. Het spant erom of we toch een sleepwagen nodig hebben, wat best lastig wordt in een dorp zonder auto’s… Met de motor voluit loeiend en de mannen die helpen duwen lukt het met grote moeite de helling op de rijden naar de weg toe. Pfffff, op het nippertje, maar we hebben het weer gered. Prachtig!

Blij rijden we, nadat we iedereen bedankt hebben voor hun hulp, weer over de weg terug richting Tara. Dan slaakt Ivo een luide kreet. Hij ziet iets op het raam lopen en denkt aan een dikke, vette spin. Dat blijkt niet zo te zijn. Het is een muis die over het raam naar het dak toe krabbelt. Ivo doet snel het raam dicht en we stoppen. Ik stap uit en kijk waar de muis gebleven is. Hij wandelt over het dak naar de andere deur toe. De deur die nog open staat omdat ik net ben uitgestapt. Binnen enkele seconden ziet Mickey zijn kans schoon en glipt naar binnen. Oepsssss. Oh nee! Mickey schiet in paniek van de ene kant van de stoel naar de andere kant. We proberen hem nog naar buiten te werken maar dan verdwijnt hij achter onze koelkast. Wel verdomme! Een muis in de tent! Onze blijdschap dat we de steile helling zijn opgekomen met Karma verdwijnt als sneeuw voor de zon. Hoe krijgen we Mickey te pakken in een land waar geen muizenval te krijgen is?! En wel zo snel mogelijk zodat hij niet de kans krijgt dingen stuk te vreten, zoals elektra, wat rampzalig zou zijn. In mineur rijden we terug naar Tara. Hoewel we helemaal niet van gif houden zien we maar een mogelijkheid en dat is vergif gebruiken. Gelukkig is dat wel te koop op de markt in Kribi.
We geven Mickey nog een dag en nacht de tijd om zelf te ontsnappen. We hebben de deuren tenslotte dag en nacht open staan vanwege de hitte, dus misschien is hij zelf zo slim om het hazenpad te kiezen. Maar nee! Mickey vindt het veel te gezellig bij ons helaas… Twee dagen later vinden we een zak aangevreten maiskorrels, die we gekocht hadden om popcorn van te maken. En ’s nachts horen we hem ijverig knagen ergens achter ons keukenblok. We moeten daadwerkelijk zwaarder geschut inzetten…de komende weken spelen we een waar kat-en-muis-spel met Mickey. Hij is niet voor een gat te vangen en reist zelfs illegaal mee naar Gabon. ’s Nachts horen we hem feest vieren in onze camper en overdag geen spoor van hem. Uiteindelijk, na een kleine twee weken, vinden we Mickey geplet tussen de houten kratten achterin de bus. We zijn opgelucht dat hij het loodje heeft gelegd…

We blijven nog 10 dagen in Kribi, voordat ons visum naar Gabon eindelijk in gaat. Omdat ik wat rare wondjes op mijn huid heb gaan we maar weer eens op zoek naar een ziekenhuis voor de zekerheid. We belanden eerst bij het algemene ziekenhuis in Kribi en dat is verschrikkelijk. De arts wil de plekken op mijn huid wel even bekijken en aanraken zonder steriele handschoenen, dus daar zeg ik wat van. Blijkbaar is hij niet zo gewend aan een weerwoord en hij laat ons vervolgens rustig een uur wachten op verdere hulp. Dan zijn we het zat en laten weten dat we op zoek gaan naar een ander ziekenhuis. Het voelt helemaal niet goed. In het uur dat we wachten schrobt het verplegend personeel de vloer van het ziekenhuis met water en vervolgens gaan ze in dezelfde kleren waarin ze hebben staan schoonmaken weer aan het werk. Het is triest dat het ziekenhuis simpelweg geen geld heeft om schoonmakers te betalen en daar zijn eigen personeel voor in moet zetten, maar dit betekent wel dat de hygiëne niet heel fantastisch is in dit ziekenhuis. Geen goede plek voor verdere hulp voor ons.

We gaan weg en rijden rond in Kribi tot we een ander ziekenhuis treffen. Wat een geluk. Het is een privé kliniek dat onder meer gefinancierd wordt door Spanje. Het is er schoon, modern en ze hebben een laboratorium. De prijzen zijn nog steeds belachelijk laag. Een consult kost 3 euro. We worden direct geholpen. De arts bekijkt de plekken op mijn huid en schrijft hormoonzalf voor om de boel tot rust te brengen. Dan stelt hij ook voor een malariatest te doen aan de hand van een bloedtest, omdat we al een aantal maanden door Afrika reizen en geen profylaxe slikken ter bescherming tegen malaria. Het blijkt dat dat precies op tijd is. Ivo heeft malaria en ik hang er tegenaan. De komende dagen voelen we ons beroerd, waarschijnlijk vanwege de bijwerkingen van de medicatie en de malaria die aan de oppervlakte komt. Gelukkig hebben we de tijd om uit te zieken en zitten we bij hotel Tara goed. Na een week voelen we ons weer wat beter en bij een tweede bloedtest blijkt dat de parasiet inderdaad verdwenen is. We zijn heel erg opgelucht en dankbaar met deze proactieve dokter in Kribi.
Dan is het tijd om richting de grens van Gabon te rijden. We zijn helemaal malaria en mangoworm vrij. De muis echter laat zich nog niet vangen, dus die moet dan maar gewoon mee reizen. We zijn klaar om weer op pad te gaan. We nemen de route van Kribi naar Ebolowa, weer dwars door het prachtige oerwoud. Het is een gravelweg met hier een daar wat slechte stukken. Gelukkig doet de bodemplaat zijn werk beschermt Karma tegen ernstige klappen die we wel eens maken als we een pothole niet meer kunnen ontwijken. Ook hebben we geluk dat onderweg droog blijft en dat het niet geregend heeft de dag ervoor. De weg is redelijk droog en uitgehard en niet glad. Toch komen we vast te zitten op een moment dat we moeten uitwijken voor een grote vrachtwagen met boomstammen. Aan de rand van de weg ligt namelijk veel blubber dat nog niet is uitgehard. Na wat graven en ploeteren en met behulp van onze rijplaten komen we redelijk makkelijk los en kunnen we verder.

Na een lange dag reizen komen we aan bij een hotel waar we gratis op de parkeerplaats mogen staan en tegen betaling gebruik mogen maken van het zwembad. Dat laten we ons geen 2 keer zeggen en plonzen even later in het heldere blauwe water. Ook treffen we overlander Benedikt uit Oostenrijk op de parkeerplaats in zijn Jeep. Hij reist van zuid naar noord en kan ons de nodige informatie verschaffen over de route die voor ons ligt. Er komen wat uitdagende trajecten aan voor onze 2-wielaangedreven Karma. Maar, eerst gaan we van Gabon genieten. Een van de kleinste landen van Afrika. We kijken ernaar uit!

4 gedachtes over “Malaria, mangoworm en de muis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s