De laatste dagen in Nigeria

We blijven drie dagen in Gboko, in het fijne nieuwe hotel. Het is heerlijk om af en toe even te kunnen ontsnappen aan het verval in Afrika. Verval is er overal en na maanden reizen raak je eraan gewend en zie je het vaak niet eens meer. Net als de rommel en het plastic overal. Maar na lange vermoeide reisdagen merk je dat het fijn is er soms even aan te kunnen ontsnappen door in een omgeving te zijn waar je het even niet hoeft te zien, of er onderdeel van hoeft te zijn. Waar alles gewoon werkt en doet wat het moet doen. Waar de airco werkt, water uit de douche komt, je de wc normaal kunt doortrekken, het matras van het bed niet compleet is doorgezakt, je gewoon twee handdoeken krijgt op de hotelkamer omdat je tenslotte met z´n tweeën bent, waar alles netjes schoon is en waar het personeel niet ongeïnteresseerd voor zich uit zit te staren.
Het hotel is een verademing en we kunnen er onze batterij even lekker opladen. We hebben veel lol met het personeel. Jonge mensen die steeds met ons op de foto willen. Ook ´s avonds als we in de bar zitten hebben we een paar fotosessies met de bezoekers van de bar.

Ook de eigenaar van het hotel, tegelijkertijd ook de gouverneur van de staat, krijgt te horen dat er echte ´white people´ logeren in het hotel. Op een ochtend zit ik lekker rustig aan m´n ontbijtje als er een mobiele telefoon in m´n gezicht wordt gedrukt en iemand ineens om mijn nek hangt. Smile! Een selfie met de zus van de eigenaar. Tuurlijk. Ongedoucht en met mijn haar als een ragebol circuleer in na een paar minuten rond op facebook in Nigeria. Fijn!

kleinontbijt 103638

Na nog een paar onvoordelige selfies krijg ik vervolgens de telefoon in mijn handen gedrukt. De gouverneur zelf. Het is een vrouw en ze heet ons van harte welkom in haar hotel. Dat is aardig. Ze babbelt nog wat hoe fijn ze het vindt dat we er zijn en ik complementeer haar met het hotel. Ze wenst ons nog een fijne tijd. Toch aardig!
Later op de dag komt de zus van de eigenaar ons weer opzoeken met een vriendin en vraagt ze wat we willen eten vanmiddag. Ze trakteren. We krijgen yam met heerlijke meloensoep.

In de tussentijd praten we met haar vriendin over de situatie in Nigeria met de herders en de boeren. Er is een heftig conflict gaande waarbij in de afgelopen week een aantal herders zijn vermoord. Het gaat om land. De herders hebben ruimte nodig om met hun kudde koeien te grazen en trekken rond. Daarbij vernielen ze soms gewassen van boeren, die daar natuurlijk niet blij mee zijn. Afgebakende stukken grond, zoals in Nederland, kennen de mensen niet in Nigeria. Als je ergens landbouw wil bedrijven en het stuk grond is vrij dan kan dat door de grond te bewerken en gewassen te zaaien. Dan is dat stuk land op dat moment van jou en bezet voor landbouw. De herders echter lopen er ook rond met hun kuddes en hebben soms ineens weinig plek meer om heen te gaan omdat er landbouw wordt bedreven. Het is een lastige situatie voor beide partijen. Traditie tegenover nieuwe ontwikkelingen. De yam die we voorgeschoteld krijgen smaakt fantastisch en is behoorlijk machtig. De rest van de dag zijn we verzadigd.

Na het eten gaan we in het dorp een stukje wandelen met Anda. Als we door het dorp lopen wordt Ivo op een agressieve manier aangesproken door iemand van immigrations. Wie we zijn en of we onze papieren kunnen laten zien. Oeps, niet bij ons. Ivo vraagt vervolgens of hij zijn ID kan laten zien. Dat schiet bij de man in het verkeerd keelgat en er ontstaat een woordenwisseling tussen Ivo en de man. In korte tijd verzamelen zich een hoop mensen om ons heen. Mmm, tijd om naar het hotel te gaan om het daar uit te vechten. De man laat een pasje zien, maar zoals met alle officials in Nigeria ziet ook dit pasje er weer anders uit dan alle vorige pasjes die we gezien hebben. Het zou best kunnen dat hij een ‘officiële’ official is. De man is inmiddels, net als Ivo, behoorlijk geïrriteerd. Het lukt me om hen beiden mee te nemen naar het hotel waar we zonder toeschouwers verder kunnen kibbelen en waar we onze papieren hebben liggen. Uiteindelijk lukt het me beide kemphanen te kalmeren en is de man tevreden na het zien van onze papieren. Hij laat ons met rust en voor ons wordt het tijd om weer verder te reizen.

´s Avonds in de bar voor een laatste biertje, ontmoeten we William. Hij werkt als manager bij een bouwbedrijf en vertelt dat hij een schooltje heeft in Gboko. Met voldoende geld kan iedereen er een school beginnen. Hij nodigt ons uit de volgende dag te komen kijken. Dat doen we natuurlijk. Hij heeft ongeveer 170 kinderen op de school, van heel jong (2 jaar) tot ongeveer 12 jaar. De kinderen beginnen de dag met het zingen van een aantal liedjes over Jezus en ook het volkslied komt voorbij. Daarna bidden ze met z’n allen onder begeleiding van een van de juffen, waarbij de hele groep herhaaldelijk ‘Amen’ roept. Als het ochtendritueel erop zit volgt uiteraard een fotosessie met alle kinderen en leerkrachten. Het is mooi dat William investeert in de kinderen door middel van onderwijs. De ouders betalen ongeveer 50 euro schoolgeld per jaar voor een kind. Helaas kan niet iedere ouder dat betalen en dan is hij ook onverbiddelijk. Twee kinderen ontbreken die ochtend omdat de ouders het schoolgeld niet betaald hebben. Hopelijk kunnen de kinderen het volgende kwartaal weer aansluiten.

Na het bezoek en uitgebreid afscheid van de kinderen, William en de leerkrachten, gaan we op pad via Ikom naar Calabar, waar we het visum voor Kameroen moeten halen. Gelukkig dat we drie dagen rust hebben gehad want de route van Gboko naar Ikom is werkelijk bezaaid met roadblocks. Soms wel drie binnen een kilometer en allemaal willen we onze papieren zien. Het schiet niet op, maar er is niets aan te doen. We proberen zo vriendelijk mogelijk te blijven, draaien steeds ons verhaaltje af over onze reis en het prachtige Nigeria, zodat we zo snel mogelijk door kunnen rijden.
Op een gegeven moment worden we weer gesommeerd te stoppen bij een roadblock met meerdere officials. We zetten de bus aan de kant en een offical met chagrijnig hoofd en een zilveren tand in zijn bek vraagt naar de papieren. De uitstraling van deze vent staat ons helemaal niet aan en het voelt absoluut niet goed. Hij loopt maar te dreinen en treuzelen terwijl hij onze paspoorten vasthoudt. Het stuk chagrijn geeft aan dat er gebeld moet worden om te checken of onze gegevens bij het vorige roadblock zijn genoteerd. Tuuuuurlijk! Toevallig kunnen we bevestigen dat onze gegevens daar zijn genoteerd. We hebben er namelijk 10 minuten stil gestaan. Hij blijft treuzelen en zegt dat het netwerk eruit ligt. Dan vraagt Ivo om zijn ID. Dat bevalt hem helemaal niet. Hij laat ons zijn pasje half zien, met zijn vinger over zijn headoffice number. Foute boel! Dit kan wel eens een tijdje gaan duren. Dan komt ook het opperhoofd van het corrupte clubje aanlopen. Ze vragen al onze papieren; paspoorten, carnet, verzekeringspapieren en carte gris. We geven ze af en het opperhoofd loopt ermee weg naar de overkant van de straat en gaat ermee onder een boom zitten. Ik volg hem op de voet en probeer met hem in gesprek te blijven.
In de tussentijd staan er ook een personenwagen en een busje met locals langs de kant van de weg. Ook zij zijn de pineut. Hun paspoorten zijn ook ingenomen. Wat een corrupte bende. De overige officials lopen een beetje op de weg heen en weer en doen net of er niets aan de hand is, maar het hele clubje is goed op elkaar ingespeeld.
Dan zegt het opperhoofd met Ivo te willen spreken. Ja, ja. Prima. Ik loop terug naar de bus waar Ivo zit te wachten. We moeten de motor laten draaien voor de airco anders wordt het te heet voor Anda. En we willen haar niet uit de bus halen om het clubje klootzakken niet de gelegenheid te geven te gaan bakkeleien om de papieren van Anda. Ivo loopt naar de overkant van de weg terwijl ik nu bij de bus blijf staan. Een van de slaafjes van het opperhoofd dat op straat rondloopt om te checken we hij het beste kan aanhouden, komt herhaaldelijk naar mij toe om te zeggen dat ik de motor van de bus uit moet zetten. Nou, mooi niet. Uiteindelijk geeft hij het op en laat me met rust.
Ivo is ondertussen in gesprek met het opperhoofd onder de boom, die nog steeds al onze papieren vasthoudt. Uiteindelijk komt Ivo zonder papieren terug naar de bus en verteld dat ze de bus in beslag willen nemen omdat we illegaal in Nigeria zijn met de bus. Volgens de idioot is het carnet maar 7 dagen geldig in Nigeria. Hij zegt dat we terug moeten naar Abuja en daar naar het politiebureau moeten. Bullshit natuurlijk maar ze moeten iets creatiefs bedenken om ons een ‘boete’ te kunnen geven.
Nou dan hebben de klootzakjes dit keer dikke pech dat ze ons treffen en dat we ons niet meer zo snel gek laten maken. We zijn inmiddels redelijk ervaren na onze avonturen met zulke idioten in Senegal en Gambia. We kennen het klappen van de zweep. Het enige wat belangrijk is, is dat we alle papieren terugkrijgen en dat we zeker niets gaan betalen. Bovendien hebben wij zeeën van tijd… Ondertussen betalen de locals flinke bedragen die rechtstreeks in de broekzak van het opperhoofd verdwijnen, om hun papieren terug te krijgen en door te mogen rijden…diep triest.

Ivo heeft bij het opperhoofd aangegeven dat als het zo is wat hij aangeeft over de zeven dagen, dat we dan inderdaad maar terug moeten rijden naar Abuja. Hij kijkt Ivo even verschrikt aan en loopt vervolgens een stukje weg. Strategie mislukt! Pech. Wat nu?! Ze trappen er niet in. Ondertussen zijn we 3 kwartier verder en we beginnen er behoorlijk genoeg van te krijgen. Tegelijkertijd is het de kunst de mannen niet al te veel tegen de haren in te strijken want dan plakken ze er zo nog een uurtje aan vast. Maar het feestje heeft nu ook lang genoeg geduurd. Ik besluit de bus dan toch maar even met draaiende motor achter te laten en poolshoogte gaan nemen. ‘Vrolijk’ kom ik aanlopen en vraag aan de grote baas hoe het ermee gaat. Ik doe alsof mijn neus bloed. Hij schuift mij het carnet toe en stelt weer dat het carnet maar zeven dagen geldig is in Nigeria, waarbij hij zogenaamd aanwijst waar het staat. Ik kijk hem met grote vragende ogen aan en houd me net als Ivo van de domme. Dan geeft ik aan dat dat vreemd is omdat de ambassadeur van Nigeria zelf ons persoonlijk het visum heeft verstrekt en niets heeft gezegd over een maximum van zeven dagen. Blijkbaar beginnen dan alle alarmbellen bij het opperhoofd te rinkelen. Ambassadeur? Persoonlijk? Oepsssss….
Opeens draait hij om als een blad aan een boom en begint te bazelen over Nigeria. Ook het stuk chagrijn met de zilveren tand doet mee. En wij doen natuurlijk ook vrolijk mee. Nee prachtig land. Zulke aardige mensen. En al helemaal geen corruptie! Terwijl iedereen daarvoor waarschuwt in Europa. Belachelijk toch?! En lekker eten. Ja, ja, ja we hebben inderdaad al yam gegeten en we vonden het geweldig. En we hebben bij zo’n lieve familie gelogeerd in Lokoja, dus we hebben ook Nigeriaanse vrienden. Breed lachend geeft hij ons alle papieren terug en geeft aan dat als we nog eens terug zijn in Nigeria dat we zeker langs moeten komen bij hem om yam te eten. Ja ja, dat had je gedacht lul! Pfff wat een poppenkast. We nemen uitgebreid afscheid en lopen dan snel met onze papieren terug naar de bus. Wegwezen hier. Wat een idioten. Drie kwartier verder, maar met al onze papieren en geen cent betaald.

Vermoeid komen we eind van de middag aan in Ikom. Daar slapen we een nacht in een stinkend en veel te duur hotel, voordat we de volgende dag het laatste stukje naar de stad Calabar rijden. Gelukkig is de weg grotendeels in prima conditie en valt het aantal roadblocks mee. Wel is het er druk met vrachtverkeer, dus toch opletten geblazen. De sfeer in Calabar is geweldig. De stad is mooi, groen en schoon. We gaan direct naar de ambassade van Kameroen. De visumaanvraag verloopt soepel. Na 3 uurtjes mogen we het visum ophalen. Drie maanden en multiple entry. Dat is erg fijn want we willen wat langere tijd in Kameroen blijven. Er is namelijk veel bos en er zijn bergen en we verlangen naar de koelte van de bergen. Hoewel Calabar een geweldige stad is, blijven we er slechts een nacht. We willen naar Kameroen. De volgende dag rijden we hetzelfde stuk weer terug naar Ikom. Gelukkig hoeven we niet meer langs het clubje klootzakken, die ons drie kwartier hebben geëntertaind. Als we terug zijn in Ikom zoeken we een beter hotel voor de overnachting en die vinden we gelukkig. We mogen tegen een kleine vergoeding op de parkeerplaats slapen van de manager. Hij vraagt ons wel om niets te zeggen over de betaling, mocht de baas van het hotel onverwacht opduiken. Tuurlijk jongen, geen probleem. Lekker in eigen zak.
De volgende dag zetten we koers naar de grens van Kameroen. Het is zondag maar uiteraard treffen we een aantal roadblocks. Gelukkig zijn de officials relaxed en laten ze ons na een babbeltje verder rijden. De grensovergang van Nigeria naar Kameroen bestaat uit een smalle brug waar het verkeer van beide zijden overheen moet. Dat vergt enige organisatie en is vermakelijk om te zien. Het uitstempelen van Nigeria kost wat tijd, maar het gaat probleemloos zonder gebedel en gezeur om geld. Dan is alles geregeld en verlaten we Nigeria. We zijn erdoor en achteraf viel het alleszins mee. Dieptepunt was de vervelende roadblock na Gboko, maar die weegt niet op tegen de lieve, leuke, grappige, zorgzame en super gastvrije mensen die we in Nigeria ontmoet hebben. Nigeria verdient de slechte reputatie die het heeft zeker niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s