Hollanders in Benin

De grensovergang van Togo naar Benin verloopt soepel, zoals dat eerder ook al in het noorden het geval was, toen we van Noord-Benin naar Togo reden. We kiezen een kleinere grensovergang, bij Tohoun naar Aplahoue, omdat de corruptie bij kleinere overgangen meestal ook minder is. Het is er rustig. We zijn nagenoeg de enige. Dit keer zijn de beambten ook weer vriendelijk en correct. Geen gezeur om geld of cadeaus. We babbelen wat en maken grapjes met een jongen op een brommer die Anda graag wil hebben. Als we zeggen dat ze onze dochter is en dat we haar dus niet kunnen weggeven moet hij hard lachen. Vanaf Aplahoue rijden we een mooie route naar een groot meer in het zuiden van Benin, in Possotome.

klein meer160240851

Daar slapen we op het terrein van een groot hotel, waar nieuwe lodges gebouwd worden. Het ziet er mooi uit. Er is alleen geen douche voor ons en het is bloedheet. Puffend zitten we voor de camper in de schaduw. Terwijl het zweet in stroompjes van ons af druipt, mijmeren we over een koud en fris bad om een duik in te nemen. Of een koude douche om af te koelen, of een koude emmer water om even over je heen te gooien, of gewoon een koud ijsklontje…
Dan komt de manager van het hotel aanwandelen en vraagt of we gebruik willen maken van het zwembad. Zwembad!! Halleluja!! Er is een God en onze gebeden zijn verhoord! Ja, ja, ja, ja, ja, ja, jaaaaaa dat willen we zeker!! Maar voor we echt juichen, eerst zien en dan geloven want een zwembad in Afrika is meestal geen zwembad zoals in Europa… Schoon, helder blauw water, niet vervallen… Als we gaan kijken is het tot onze grote verrassing werkelijk een heel mooi, schoon zwembad met een prachtig uitzicht over het meer.

Als het ’s avonds wat is afgekoeld en we kunnen Anda met een gerust hart achter laten in de camper lopen we naar het zwembad en nemen een heerlijke verfrissende duik. Wat een genot! We hebben het rijk alleen. Er is verder niemand, behalve een ‘badmeester’ die zich achter de bar verstopt zodra ik in mijn bikini in het blauwe water spring. Ze zijn niet heel erg gewend aan vrouwen in bikini in Benin en hij durft zich niet meer te laten zien tot we weg zijn….
Het hotelcomplex wordt ook gebruikt voor bijeenkomsten en we ontmoeten de Nederlandse Maeva Bonjour. Ze werkt voor Rutgers stichting in Afrika, de stichting die vroeger ook in Nederland actief was. Ze helpt vrouwen met het geven van seksuele voorlichting aan jonge meisjes. En dat is hard nodig verteld ze want in de regio waar we zijn, waren vorig jaar 90 meisjes zwanger op de middelbare school. De kans dat die meisjes ooit nog naar school terugkeren is nihil. Bovendien is het aantal kinderen in Benin (en andere Afrikaanse landen) schrikbarend hoog. De populatie groeit hard. Dat is ook te zien aan de roofbouw die gepleegd wordt op de natuur. De houtkap vindt in een hoog tempo plaats. Naast dat de mensen hout nodig hebben voor dagelijks gebruik om te koken, verdienen ze er een ook bestaan mee. Grote stapels hout, en ook kolen, liggen langs de wegen voor de verkoop. Naast de plaatselijke bevolking zijn ook de Chinezen erg actief op dat vlak in Afrika. In ruil voor het aanleggen van wegen, zullen ze ook wel het een en ander terug krijgen, zoals hout en mineralen uit de bodem.
Als we twee weken later richting het noorden van Benin rijden, naar de grensovergang bij Niki zien we de verwoesting van de natuur nog duidelijker in Benin. Grote vlaktes zonder bomen en bos. Droog en kaal met wat kleine struiken en veel gras. Afgewisseld met grote uitgestrekte velden met nieuwe aanplant van bomen, heel dicht op elkaar gezet en allemaal dezelfde soort boompjes. De diversiteit van de vegetatie is compleet verdwenen, net als de dieren die er eerder te vinden waren. Bovendien groeit de nieuwe aanplant langzaam en kunnen de kleine boompjes nooit de oude, grote tropische woudreuzen vervangen die zijn gekapt. Als je deze verwoesting ziet, maak je je geen enkele illusie meer over het stoppen van de opwarming van de aarde. Dat wat er in Europa gedaan wordt aan klimaatbeheersing is slechts een druppel op een gloeiende plaat, in verhouding tot de voortgaande ontbossing in Afrika. De ontbossing stopt waarschijnlijk pas tot elke woudreus in Afrika is gekapt. Hier zullen de zomers steeds heter zijn, omdat er geen verkoeling meer plaatsvindt door de grote bomen die zijn gekapt. De nieuwe aanplant is te beperkt om die taak op zich te nemen. De grond zal steeds droger zijn en de omgeving zal steeds minder goed leefbaar zijn voor mensen. Uiteindelijk heeft dit grote impact op het klimaat wereldwijd. Het is deprimerend om te zien. Maarja, zolang er vraag is zal het aanbod er zijn. In Europa gebruiken we ook graag tropisch hardhout voor onze huizen en meubels, want de kwalitatief zo goed en het is mooi. En met een zogenaamd Eko-keurmerk bij dit hout worden er nieuwe bomen terug geplant, dus doen we ook nog iets goeds terug voor de bossen in Afrika of Zuid-Amerika. Denken we….

Het verfrissende zwembad laten we met spijt in ons hart achter ons als we de volgende dag naar Cotonou rijden. We moeten immers nog het visum voor Congo Kinshasa halen. Dat schijnt niet eenvoudig te zijn, maar we zullen zien. Zoals elke grote stad in Afrika is het druk, chaotisch, heet en stoffig.

klein beeldweg 160938

We rijden rustig met de stroom mee tot we in een leuk wijkje met restaurantjes en barretjes bij de ambassade aankomen. We wandelen naar de ambassade en babbelen met de vrouw bij de receptie. Een visum is mogelijk. Fijn! We mogen naar binnen en gaan aan de slag met het invullen van het formulier. Dan vraagt een medewerker wanneer het visum in moet gaan. Dat zal pas over een aantal maanden zijn, zeggen we. Niet binnen een termijn van 3 maanden. Dat is een probleem, volgens hem, want na afgifte blijft het visum 3 maanden geldig wat betekent dat we binnen 3 maanden in Congo Kinshasa moeten zijn. Dat is onhaalbaar voor ons. Bovendien hebben we de ingangsdatum van ons visum voor Gabon pas op 1 april staan en dat van Congo Brazzaville op eind april. Die landen moeten we eerst nog door. We kunnen dus niet eens sneller reizen al zouden we dat willen, omdat we niet eerder door Gabon en Congo Brazzaville kunnen reizen in verband met de ingangsdata van die visa. Tenzij we nieuwe visa voor Gabon en Congo Brazzaville aanschaffen, maar daar zitten we ook niet op te wachten. Verschrikt kijken we elkaar en vervolgens de medewerker aan. Wat nu! We overleggen met hem of er andere oplossingen zijn, maar die zijn er volgens hem niet. Teleurgesteld zitten we in het kantoor. Hij ziet onze verslagen gezichten en stelt dan dat hij met de directeur zal overleggen eind van de middag en zal vragen of hij toestemming krijgt om ons een visum te geven dat langer dan 3 maanden geldig is. We grijpen de mogelijkheid aan. Een andere oplossing kunnen we ook niet bedenken. Afwachten dan maar. Eind van de middag kunnen we terugkomen en dan laat hij weten of het gelukt is. Het worden een aantal spannende uurtjes die we stukslaan met wat koude biertjes in een van de leuke barretjes in de buurt. Eind van de middag kloppen we weer aan bij de ambassade. De medewerker laat ons binnen in zijn kantoortje en we nemen gespannen plaats op de stoelen. Dan schuift hij met een grijns op zijn gezicht onze paspoorten naar ons toe met het betalingsbewijs. Dat kan maar een ding betekenen. Het is geluk! Opgelucht bedanken we hem uitvoerig en schuiven het laatste pakje stroopwafels uit Nederland dat we nog over hebben zijn kant op. Lachend belt hij de andere medewerkers van de ambassade om ook een stroopwafel te komen proeven. Het kantoortje stroomt vol en even later knabbelen ze waarderend aan de stroopwafels. Die zijn goed besteed en iedereen blij. We kunnen weer verder.

We blijven een nacht in Cotonou en rijden dan richting de kust, naar de stad Ouida, naar een hotel aan het strand met, jawel(!) een enorm zwembad, waar we mogen kamperen.

Het strand is schoon en heerlijk rustig, er is geen hond behalve Anda natuurlijk, die zich uitleeft in het zand en in de golven. Ze leert steeds beter zwemmen in de hoge golven en af en toe ‘surft’ ze zo met een golf mee het strand op. En het water in het zwembad is gelukkig ook schoon. Het is zout water, maar elke dag wordt het zwembad schoongemaakt. We durven het wel aan er een duik in te nemen. En dat doen we dan ook een paar keer per dag, want ook hier is het heet.

Ouida staat bekend als het eindpunt van de slavenroute en omdat Nederland ook zijn steentje heeft bijgedragen aan dit deel van de geschiedenis, besluiten we samen met een gids een tour langs de route te maken. Het is indrukwekkend en beschamend om daadwerkelijk op de plek te zijn waar honderdduizenden slaven zijn verhandeld, weggevoerd en vermoord. Naast Nederland hielden ook de Portugezen, de Denen, de Amerikanen, de Engelsen, de Fransen en natuurlijk de Afrikaners zelf zich met deze activiteiten bezig. De gids neemt ons eerst mee naar een klein eeuwenoud dorpje 10km verderop. Dat was, zo vertelt hij, in eerste instantie het beginpunt van de slavenroute naar Ouida.

begin slavenroute 155213

Bij het dorpje, waar nog authentieke, oude huisjes staan die uit klei zijn opgebouwd, woonde de koning van Benin, waar de westerse landen destijds zaken mee deden. In ruil voor drank, wapens, spiegels en andere snuisterijen waar de koning gek op was, mochten de westerse landen slaven roven en kopen.

Het dorpje is ook rijk aan Voodoo tempeltjes. Benin wordt gezien als de bakermat van de Voodoo. Een geloof waarbij goden, godinnen, voorouders en geesten vereerd worden. Het is een geloof dat rijk is aan rituelen en offerfeesten. De religie in Benin is officieel erkent, heeft Voodoo kloosters en tempels. Er is ook een leider, zoals de Paus dat is voor het christendom. Tijdens onze tocht langs de slavenroute treffen we de Voodoo-leider op straat. Volgens onze gids is dat een unicum omdat hij zich bijna nooit in het openbaar vertoond. We mogen foto’s maken en slagen erin met de man op de foto te gaan. Dat moet wel geluk brengen…


Vroeger offerden de gelovigen zelfs mensen, maar tegenwoordig zijn dat enkel nog dieren, zoals kippen of geiten. Een van de tempels die de gids ons laat zien heeft nog een hele oude muurschildering waarop te zien is dat er mensen geofferd worden. Gelukkig is dat inmiddels afgezworen…

De slaven die via Ouida werden weggevoerd, kwamen uit heel Benin, maar ook uit Togo en Nigeria. Ze werden geroofd uit de dorpen en moesten geketend met een touw om hun nek, lopend de weg naar Ouida afleggen. Daar werden ze op schepen weggevoerd naar de westerse wereld. Die tocht naar de haven kon dagen duren en werd onder barre omstandigheden afgelegd.

De slaven die het overleefden werden in eerste instantie verzameld in het dorpje. Later ontstond er een grote verzamelplaats dichter bij de kust omdat de blanken geen zin meer hadden de lange weg naar het dorpje af te leggen. Goede wegen bestonden toen immers nog niet. De weg moest afgelegd worden door het oerwoud en dat koste veel tijd en moeite. Op de latere, grote verzamelplaats vond de verkoop plaats. Daar werden ze verhandeld en nadat ze verhandeld waren werden ze gebrandmerkt, zodat duidelijk was door welke landen de slaven gekocht waren. Ieder land had zijn eigen brandmerk die in de huid werd gebrand, zodat de slaven tegen de tijd dat het schip arriveerde op het juiste schip werd gezet.

Het kon namelijk maanden duren voordat de slaven daadwerkelijk verscheept werden. Al die tijd verbleven de slaven in een groot donker gebouw zonder licht en voorzieningen. Praten met elkaar was verboden. Ze kregen weinig eten om de weerstand te breken. En als er geklaagd werd over de omstandigheden werden ze of mishandeld of gedood. Langs de route is een groot massagraf waar de dode slaven hun laatste rustplaats vonden.


Als het schip arriveerde om de slaven te vervoeren, vonden er voor vertrek nog een aantal rituelen plaats volgens het Voodoo geloof, om de slaven te begeleiden op de moeilijke tocht. Zo moesten de vrouwen 5 keer en de mannen 7 keer om de Boom der Vergetelheid lopen, zodat ze bij vertrek naar het onbekende westen alles zouden vergeten over hun geliefden die achterbleven. De plek aan de kust waar de slaven ingescheept werden, wordt de Point of No Return genoemd. Er is een grote poort verrezen met hulp van Unesco, als herinnering aan de naar schatting 2 miljoen slaven uit Benin, Togo en Nigeria die zijn weggevoerd om nooit meer terug te keren.

Ook al is het eeuwen geleden en zijn we niet verantwoordelijk voor de daden van onze voorouders, we merken toch dat we desondanks last hebben van plaatsvervangende schaamte als we over de slavenroute lopen waar al deze mensen ook gelopen hebben en zijn weggevoerd. ´T is niet iets om trots op te zijn als Nederlander…
Misschien dat daarom de mensen in Benin, als gevolg van deze minder fraaie geschiedenis, minder hartelijk en open naar ons zijn dan in Togo. Ze zijn wat meer gesloten en lachen ook niet zo veel als de mensen in Togo.
´s Avonds bezoeken we nog een Voodoo ceremonie met opzwepende trommels en dansers. Helaas mogen we er geen foto´s maken.

De dag na de rondleiding ontmoeten we Anne uit België. Ze logeert samen met een vriendin uit Ouagadougou (Burkina Fasso) een paar dagen in het hotel, voor vakantie. We raken aan de praat en ze vertelt dat de mensen in de regio van Nikki, waar we de grens over willen, niet zo gek zijn op blanken. Maar ze heeft er een aantal jaren gewoond en helpt ons aan een betrouwbaar contactpersoon die ons onder meer kan helpen met het wisselen van CFA´s voor Nigeriaanse Naira´s en met de beste route in Nigeria, als we er eenmaal de grens over zijn. De man, John genaamd, is Nigeriaan die in Nikki woont. Dat klinkt goed. Bovendien heeft John een hotel in Nikki waar we veilig kunnen verblijven voor we de grens over gaan naar Nigeria.
Voor we daadwerkelijk richting Niki rijden maken we nog een tussenstop in Abomey. Een leuk stadje waar we op een prachtige plaats bij een hotel staan, onder de bomen. Op de binnenplaats van het hotel staat prachtig houtsnijwerk. Grote beelden van olifanten en giraffen, maar kleine maskers.

We blijven twee nachten en maken de laatste dag nog een wandeling in de omgeving. Daar komen we prachtige Voodoo tempeltjes tegen, die mooi versiert en beschilderd zijn.

De volgende dag rijden we verder naar het noorden, naar Niki.
De weg naar Nikki is druk. Veel grote vrachtwagens volgeladen met katoen rijden richting Cotonou.

Bovendien is er geen tankstation meer te bekennen. Gelukkig hebben we de tank volgegooid in Cotonou en kunnen we zonder problemen in Nikki komen. De tankstations die we onderweg zien zijn verlaten en vervallen. Ze zijn vervangen door illegale verkooppunten van benzine en diesel langs de weg. Die brandstof wordt in Nigeria gekocht en vervolgens voor een hogere prijs in Benin langs de weg verkocht. Het is niet zonder risico brandstof langs de weg te kopen. Vaak is het verdund met een andere vloeistof en dus niet zo best voor de motor.

Als we in Nikki aankomen vragen we bij een winkeltje naar John. Hij wordt gebeld en na enkele minuten verschijnt hij op de brommer. Als we vertellen dat we via Anne aan zijn contactgegevens zijn gekomen klaart zijn gezicht op. We vertellen wat onze plannen zijn en hij geeft aan te kunnen helpen. Gelukkig is in Nikki een werkend tankstation aanwezig waar we eerst de tank weer volgooien. In het grensgebied van Nigeria is ook lastig aan brandstof te komen, zo zegt John. Daarna brengt hij ons naar zijn hotel waar we de rest van de voorbereidingen kunnen treffen voor de oversteek naar Nigeria. Nigeria heeft niet zo’n beste reputatie als het gaat om corruptie en roadblocks van autoriteiten en andere idioten die denken zo geld te kunnen verdienen, dus we willen goed voorbereid zijn. Dat betekent dat we onder meer namaakpapieren klaar hebben liggen om af te geven bij roadblocks, in plaats van onze originele papieren. Ook hebben we een ‘officieel’ document gemaakt, afkomstig van de Nederlandse ambassade, waarop we gegevens kunnen noteren van de agenten of militairen die het nodig vinden om onze papieren in beslag te nemen en niet terug te geven. Daar schijnen corrupte agenten niet zo blij mee te zijn en het kan helpen je eigen papieren weer terug te krijgen. Ook verstoppen we alle apparatuur in de auto zoals onze dashcam en navigatieapparatuur. We willen de mensen die we onderweg gaan tegenkomen geen gelegenheid geven spullen in beslag te nemen die ze graag willen hebben. Verder moeten we natuurlijk nog geld wisselen en een paar boodschappen doen. John helpt ons met geld wisselen en dat is maar goed ook. We spreken een wisselkoers met hem af en hij instrueert zijn contacten het geld te regelen. Als Ivo echter later op de dag de Naira’s in ontvangst wil nemen van de contactpersoon van John ontdekt hij dat er toch een paar duizend Naira achterover is gedrukt, ondanks de eerdere afspraak. Ivo meldt het bij John waarna John ontploft en de betreffende flapdrol de wind van voren geeft. Met de staart tussen de benen druipt de wisselaar af om de rest van het geld te regelen en te komen brengen.
Uiteindelijk moeten we ons vertrek naar Nigeria nog een paar dagen uitstellen vanwege een pijnlijke ontsteking aan mijn keel die niet over gaat. De bacteriën in Afrika zijn natuurlijk anders dan in Europa. Ze lijken ook veel sterker. Rust en extra vitaminen zijn niet genoeg. Hier in Afrika moet ik helaas toch aan de medicatie. Een medewerker van het hotel brengt ons maar het ziekenhuis in Nikki. Na enige tijd wachten, omdat de arts aan het bidden is, komt de hij aangewandeld. De arts vraagt wat er aan de hand is en ik vertel wat de klachten zijn. Blijkbaar heeft hij röntgenogen, want zonder in mijn keel te kijken krijg ik een recept voorgeschreven. Knap zeg! Antibiotica voor de ontsteking en Diclofenac als pijnstiller. Het consult is gratis. We rijden naar de apotheek om de medicijnen te kopen en extra vitamine C en B, wat we ook regelmatig gebruiken om onze weerstand op peil te houden. Apotheken zijn er in Afrika in overvloed. In elke stad of zelfs in kleine dopjes zijn er meerdere waar je zonder recept goede medicijnen kan kopen voor een fatsoenlijke prijs, maar ook verband, pleisters, allerlei vitaminen en andere spullen die je in Nederland ook bij de apotheek kunt kopen. De Diclofenac die ik meekrijg komt uit Spanje, zie ik op het doosje. Die laat ik nog maar even voor wat het is. Met paracetamol red ik het ook. Voordat ik met de antibiotica begin checken we eerst even op ‘dokter Google’ om na te gaan of de werkzame stof van de antibiotica en het soort antibiotica ok is voor deze klacht. Het blijkt specifiek voor keelontstekingen dus dat moet goed komen. De volgende dag voel ik me al een stuk beter. Ook worden we nog even in de watten gelegd door de vrouw van John. Ze laat, als ze hoort dat ik ziek ben, een grote pan pasta met pittige rode saus en ei bezorgen. En na nog een dag rust en verder herstel besluiten we dat het tijd is om Nigeria in te gaan. Op naar de volgende avonturen…

 

2 gedachtes over “Hollanders in Benin

  1. Die ontbossing, vreselijk!
    Jullie maken een reis door het heden, verleden en zien ook al wat van de toekomst. Hoe gaaf is dat! Bijzonder hoor!

    Wij gaan aan jullie denken deze week wanneer wij naar beneden zoeven in het Zillertal 😆❄⛷

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s